Recent Posts

Pages: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
1
Azul,

Ik bedoelde gewoon het Spanje van de moslims, dus Moors daarvoor als een 'umbrella' term. In die context wordt dat toch meestal ook bedoeld.
Een interessant verhaal en bedankt voor de moeite. Het voorbeeld dat je gaf van de etymologie voor de plaatsnaam Granada = Ɣarnaṭa = Aɣir-Naṭa = Aɣil-Naṭa, is voor mij wel ten dele een herkenbaar woord in het Riffijns TamaziƔt. Het woord Aɣir dat voor arm, het lichaamsdeel, wordt gebruikt.
Alleen heb ik geen idee wat nata zou kunnen betekenen.
De vorige keer hadden we het over de veranderende R, in dit woord verandert de R in de meervoudsvorm. Dan krijg je dus zoiets dat als 'iɣadjen' klinkt.
De enkelvoudsvorm wordt ook gebruikt in een metafoor dat de situatie schetst waarin je lichamelijk wordt gesloopt, denk daarbij aan het verrichten van zwaar fysieke arbeid.
Dan zegt men: Ad akd ɣadran aɣir. De K als zachte G die bij jullie een C wordt. Letterlijk zoiets als dat je armen er van afbreken, zeg maar.

Ik ben me wel bewust dat ik hiermee weer zoals gebruikelijk off-topic ga. Maar je zou op een later tijdstip weer on-topic kunnen geraken.

2
Azul,


Ik heb me altijd verbaasd over hoe Marokkanen met voorouders uit Moors Spanje een zo goedbewaarde
familiegeschiedenis hebben. Ik meen dat jij ooit zoiets schreef, dat jouw familie een dergelijke afkomst heeft
Wel, ten dele dan. De doorsnee Riffijn kan niet verder dan 4 a 5 generaties terug gaan in de persoonlijke
familiegeschiedenis.

Misschien is de familiegeschiedenis van de Morisco’s beter bewaard gebleven, omdat deze op schrift is gesteld. Het geschreven woord doorstaat de tand des tijds beter dan het gesproken woord. En ja dat klopt, binnen mijn familie deden zulke geruchten de ronde en dit heb ik ook kunnen bevestigen in het boek “Fragments d'histoire du Rif oriental, et notamment des Beni Said” van Abdelmajid Benjelloun. De doorsnee Riffijn doet niet aan stamboomonderzoek. Misschien als hij dat wel zou doen dat hij zijn familiegeschiedenis kan vaststellen verder terug dan 4 a 5 generaties. Een interessant boek hierover is “Manis...? (Waarvandaan...?)” van M'hamed El Abdouni & Mohamed Amezian.


Konden de verdreven Moren dan allemaal lezen en schrijven? Het gros zal toch wel simpele boeren zijn geweest, zoals wij.
Ik weet ook niet hoe ze zouden zijn opgenomen in de Nefza stammen gezien de etnische en linguïstische verschillen en ook
het tribale karakter van Imazighen. Makkelijk zal het niet zijn geweest. Ik heb pas geleden nog ergens gelezen of gehoord
dat de moslims van Moors Spanje eigenlijk vooral van Spaanse origine waren ipv Maghreb. Dat omdat ze Spaans spraken.
Of daar een assimilatie proces aan vooraf gegaan zou kunnen zijn, behoort ook tot de mogelijkheden.

Wat weet jij eigenlijk hier over?

Om het je uit te kunnen leggen moet ik je vragen om sommige termen voor jezelf goed te definiëren, zodat het duidelijk wordt wat jij hiermee bedoelt. Je noemt enkele termen, waarvan ik niet zeker weet wat jij daar precies onder verstaat in een Middeleeuws historisch context. Bijvoorbeeld: Moors Spanje. Wat bedoel je hier met Moors? Mauri / Moro / Morisco? Het Spanje van de Marokkanen of Het Spanje van de moslims?

- Spanje is pas in de vroeg-Moderne tijd ontstaan door de samenvoeging van de koninkrijken van Castilië en van Aragorn
- In de Middeleeuwen spraken de Spanjaarden nog geen Spaans, maar Castiliaans
- Maɣreb in de Middeleeuwen = vroegere Mauretania Tinigitana + Mauretania Caesariensis
- al-Andalus in de Middeleeuwen = vroegere Lusitania + Baetica + Carthaginensis
- al-Andalus als tegenhanger van de Maɣreb
- al-Andalus was regionaal verdeeld over Ɣarb al-Andalus + al-Mawsita + Carq al-Andalus 
- Dar al-Islam (Huis van de vrede) als tegenhanger van Dar al-Ḥarb (Huis van de oorlog)
- Dar al-Ḥarb was verdeeld over Jiliqiya (Gallicië) + Asturic (Asturië) + al-Busquns (Basconia = Navarra)

Binnen de Dar al Islam werd er sinds de eerste verdragen die gesloten zijn door Tariq b. Ziyad en Abdelεaziz b. Musa b. Nusayr godsdienstvrijheid (εuqud al-dimma) gegarandeerd, dit verklaart ondermeer het succes van de Conquista door de moslims (hoe verover je het Iberisch schiereiland op een verlichte manier?) Met behoud dus van de eigen religie, eigen taal, eigen gewoontes en een hoge mate van zelfbestuur. Dit werd het beste geïllustreerd door de opkomst van het koninkrijk van Umayya in al-Andalus, waarbij de Nefza-stammen een belangrijke rol in hebben gespeeld. De Nefza-stammen waren geconcentreerd in de regio van al-Runda en Takurunna en maakten onderdeel uit van de Berberse gemeenschap binnen het koninkrijk van Umayya in al-Andalus

Tijdens de Middeleeuwen bestond de Andalusische samenleving uit verschillende gemeenschappen
- de christenen (rum al-Andalus), naarmate deze verarabiseerden werden ze "mozarabes" (mustaεrabun) genoemd
- de bekeerlingen ook wel "muladíes" (muwalladun) genoemd
- de Joden (al-yahud)
- de Berbers (al-berber) ook wel "bani maziɣ" genoemd
- de Arabieren (al-εarab)
- de Slaven (al-saqaliba) ook wel "al-jurs" genoemd, dit had betrekking op de Slavische volkeren van Centraal-Europa 
- de Sub-Saharanen (al-sudan)

De stedelijke cultuur als tegenhanger van het platteland. Tijdens de vroege Middeleeuwen (vanaf 710 tot begin 9e eeuw) bestond de meerderheid van de Andalusische samenleving nog uit simpele boeren. Vanaf de late Middeleeuwen (eind 9e eeuw tot Reconquista) ontstond er in al-Andalus een stedelijke cultuur sterk georiënteerd op de handel en van waaruit drie sociale klassen naar voren zijn gekomen
- de elite (al-jassa)
- de middenklasse (al-tabaqa al-mutawassita)
- de onderklasse (al-εamma)

Tijdens de Vroege Middeleeuwen spraken de mozarabes en de muladíes in al-Andalus nog in de Romaanse talen (lisan rum al-Andalus). Deze talen werden ook wel "εajamiyat al-Andalus" genoemd, afgeleid van "εajam" = "niet-Arabier" en kenden een grote diversiteit. Zo was er de Romaanse taal van Toledo (εajamiyat Tulaytula), wat zich onderscheidde van de Romaanse taal van Zaragoza (εajamiyat Saraqusṭa). Daarnaast waren er ook regionale verschillen tussen de Romaanse talen van Sevilla (Icbiliya), Cordoba (Qurṭuba) en Granada (Ɣarnaṭa). Maar ook op lokaal niveau werden taalkundige verschillen opgemerkt. Zo werd de Romaanse taal in de regio Sevilla (luɣat Isbiliya) door de 11e eeuwse Abu al-Jayr al-Icbili onderverdeeld in:
- de taal van het platteland (εajamiyat al-badiya)
- de taal van de bergbewoners (luɣat ahl al-jibal)
- de taal van de vrouwen (luɣat al-nisa) = taalgebruik specifiek bedoeld om vrouwelijke intimiteiten mee te verwoorden

Vanaf eind 9e eeuw ontstond er een linguistic shift binnen de 2 gemeenschappen van christenen en ex-christenen, die nog in de Romaanse talen spraken. Er ontstond eerst een tweetaligheid (al-εajamiya al-muzdawaya), maar op den duur leidde dit tot een transitie van Romaans naar Arabische talen. In het geval van de mozarabes gebeurde dit verarabiseringsproces onder invloed van de handelscontacten (tujur) en de stedelijke marktcultuur (al-suq). In het geval van de muladíes werd de verarabisering nog verder versterkt door het gebruik van het klassiek-Arabisch (al-fusḥa) als liturgische taal binnen de islam. Daarnaast was er ook nog een taalkundige wisselwerking tussen de Romaanse talen en de Amaziɣ talen. Een voorbeeld hiervan is de etymologie van de plaatsnaam Granada = Ɣarnaṭa = Aɣir-Naṭa = Aɣil-Naṭa. Dit leidde vanaf de 10e eeuw tot het ontstaan van een nieuwe volkstaal (al-εammiya al-andalusiya) wat uiteindelijk gesproken werd door de meerderheid van de Andalusische samenleving.

En wat ook anders klonk dan het klassiek-Arabisch. Gedurende de Middeleeuwen klaagden taalkundigen uit het Midden-Oosten dat deze nieuwe taal nogal veel “taalfouten” bevatte, aangezien deze afweek van het klassiek-Arabisch wat voor hen de norm was. Dit waren eigenlijk geen taalfouten, maar specifieke taalkundige kenmerken die eigen waren aan de Arabische variant zoals die gesproken werd in de Westelijke Dar al-Islam en die dus ontstaan is door een wisselwerking tussen:
- Arabische woorden, die een Arabische structuur hebben behouden
- Arabische woorden, die geherstructureerd zijn onder invloed van de Romaanse en Amaziɣ talen
- Arabische woorden, die als leenwoorden zijn overgenomen uit de Romaanse en Amaziɣ talen
- Amaziɣ woorden, die geherstuctureerd zijn onder invloed van de Romaanse en Arabische talen 
3
Jij bent meer bezig met historische bronnen terwijl ik me meer op het vlak begeef van reconstructie en analyse.
1. Dat Boabdil en de zijnen voet aan wal hebben gezet op de Riffijnse kust, wil niet zeggen dat ze daar dan zijn gebleven.
2. Wat voor invloed zouden ze dan hebben gehad op de wat later de Riffijnse cultuur zou worden, mocht de integratie wel
wel succesvol zijn verlopen?

Conflict ligt altijd voor de hand wanneer je met een nieuwe groep mensen te maken hebt.
De 1 moet zich min of meer totaal onderwerpen aan de andere, zo is dat altijd gegaan in
de geschiedenis van de mensheid. Daarnaast heb je ook nog eens de battle for resources
to survive etc etc. Kortom het zal wel een struggle zijn geweest.
4
Azul,


Ik heb me altijd verbaasd over hoe Marokkanen met voorouders uit Moors Spanje een zo goedbewaarde
familiegeschiedenis hebben. Ik meen dat jij ooit zoiets schreef, dat jouw familie een dergelijke afkomst heeft
Wel, ten dele dan. De doorsnee Riffijn kan niet verder dan 4 a 5 generaties terug gaan in de persoonlijke
familiegeschiedenis.

Konden de verdreven Moren dan allemaal lezen en schrijven? Het gros zal toch wel simpele boeren zijn geweest, zoals wij.
Ik weet ook niet hoe ze zouden zijn opgenomen in de Nefza stammen gezien de etnische en linguïstische verschillen en ook
het tribale karakter van Imazighen. Makkelijk zal het niet zijn geweest. Ik heb pas geleden nog ergens gelezen of gehoord
dat de moslims van Moors Spanje eigenlijk vooral van Spaanse origine waren ipv Maghreb. Dat omdat ze Spaans spraken.
Of daar een assimilatie proces aan vooraf gegaan zou kunnen zijn, behoort ook tot de mogelijkheden.

Wat weet jij eigenlijk hier over?


5
Taal / Re: Arrendan Challenge 2020
« Last post by Botermes on 12/10/2020 om 17:28:58 »
Azul,

Nice dat je aan de slag bent gegaan met het fact-checken van dat verhaal. Ik
Heb er een specifieke vraag over, die ik daar dan zal stellen.

Over de ‘R’ gesproken, is mij altijd opgevallen dat jullie ook de rollende R gebruiken.
Die zoals in het Spaans en Italiaans. Bij sommige woorden dan, zoals ‘agharabu’ voor boot.
Bij ons spreek je die R wel uit, maar korter.

Ik kan eigenlijk nog steeds niet goed differentiëren tussen de Oostelijke dialecten, of beter gezegd: de centrale dialecten.
Het is me een paar keer opgevallen dat woorden waarvan ik dacht dat die typisch Awayighers waren, dat ze die ook in Temsamane en Touzine gebruiken.
6
....Benali vermengt het verhaal over Jan Janszoon met zijn persoonlijke levensgeschiedenis. Hij laat zien dat gelukszoekers niet altijd van het zuiden naar het noorden trokken, maar ook in omgekeerde richting. Zijn verhaal begint in de Rifstreek bij Ighazzazzen, zijn geboortedorp, waar de strandjes zijn omringd door ‘pokdalige inhammen en spelonken’. Tot in de negentiende eeuw was dit het jachtgebied van de Riffijnse piraten, schrijft hij. ‘Ik ken het gebied goed. Hier zwom ik als jochie en hier rustte ik uit op het strand.’ Maar over zijn voorouders wist hij niet veel.

Niet ver van het dorpje, ontdekt hij, kwam Boabdil aan land, de laatste moslimheerser van Spanje die in 1492 uit Granada verdreven werd. Tachtig jaar later werd Haarlem, de stad van Jan Janszoon, belegerd door de Spanjaarden. Daar bloeide de scheepsbouw op dat moment....

https://www.nrc.nl/nieuws/2020/10/01/een-hollandse-piraat-in-marokko-a4014364
7
De stad werd voor het eerst genoemd door de Andalusiër Abu Obeidallah El Bakri die tussen 1014 en 1094 leefde. Volgens deze historicus maakte Ghassassa deel uit van het Riffijnse vorstendom Noukour. De stad werd later genoemd door andere historici waaronder Leo Africanus, El Idrissi en Ibn Khaldoun.

Op basis van al-Warraq's overlevering uit de 10e eeuw noemt al-Bakri de plaats nog bij diens oude benaming en geeft ook de oorspronkelijke bewoners hiervan: de Marnisa van al-Kudya al-Bayḍa (لمرنيسة الكدية البيضاء). Vervolgens benoemt hij de Ɣasasa als zijnde hun buren, die destijds nog oostelijker leefden nabij de berg Hark (غساسة أهل جبل هرك). In deze vroegste periode was de naam Ɣasasa nog niet verbonden aan de havenstad, maar had het slechts betrekking op 1 enkele stam binnen de Nefza-stammenconfederatie. al-Idrissi uit de 12e eeuw heeft de havenstad Ɣasasa nooit genoemd. In plaats daarvan verwijst hij naar de havenplaats Karṭ (مرسى كرط), die enkele kilometers westelijker lag, vlakbij de monding van de rivier Karṭ. ibn Xaldun uit de 14e eeuw noemt zowel de havenplaats (مرسى غساسة) als het kustgebied (سواحل غساسة) bij de nieuwere benaming van Ɣasasa. Leo Africanus (الحسن بن محمد الوزّان) uit de 16e eeuw noemt de stad Chasasa / Casasa en geeft aan dat deze ommuurd was en over een uitstekende haven beschikte, die vaak bezocht werd door schepen uit Venetië. Hij beschrijft ook dat de stad in zijn tijd veroverd was door een leger van de Spaanse koning Ferdinand.


8
Ighassassen of Ghassassa was een Riffijnse havenstad, bekend bij de Arabieren onder de naam Khassassa en bij de Europeanen onder de naam Cazaza.

Ɣasasa was gedurende de Late Middeleeuwen de benaming van een havenstad aan de westelijke kust van het schiereiland Hark. Hoewel deze havenplaats destijds bekend stond onder de naam Ɣasasa (غساسة), zijn er in het verleden alternatieve namen en schrijfwijzen geweest, die steeds van toepassing waren op dezelfde plaats. Zo spreekt men in het Tarifit van ixsasen (إخساسن), afgeleid van het Amaziɣ woord axsas (= romp van het lichaam). In het Arabisch spreekt men van xiṣaṣa (خصاص), afgeleid van het Arabisch woord al-xuṣu (الخص = huis met een houten dak).

Sinds de Vroege Middeleeuwen was deze plaats bekend als al-Kudya al-Bayḍa (الكدية البيضاء = de witte heuvel) en later ook nog als Kudya Ɣaṣaṣa (كدية غصاصة = heuvel van de Ixsasen). Het woord Kudya (كدية = heuvel) was een Arabische vertaling van de oorspronkelijke Amaziɣ toponiem, die sindsdien nog bewaard is gebleven in de lokale plaatsnamen Tawrirt, Zaarur (= Taεrurt) en Lkudyet Tacemlalt. Verder werd de top van de heuvel ook wel aangeduid met de Arabische benaming al-Qulla (القلة = de hoogste top). Bovenop de heuvel was er een militair fort gebouwd, die via een trap uitgehouwen in rotsen in directe verbinding stond met de zeehaven. Bij de Europeanen was dezelfde havenplaats bekend onder de namen Alcudia en Cazaza en werd het fort bovenop de heuvel aangeduid met de naam Alafia. 






9
Ik had me dus voorgenomen om onderstaand artikel afkomstig van de website Arifnews te fact-checken. Ik zal hierbij proberen om na te gaan in hoeverre de historische informatie uit dit artikel feitelijk en accuraat beschreven is.


Ruïnes van de historische stad Cazaza in Nador

Ighassassen of Ghassassa was een Riffijnse havenstad, bekend bij de Arabieren onder de naam Khassassa en bij de Europeanen onder de naam Cazaza.

De stad werd voor het eerst genoemd door de Andalusiër Abu Obeidallah El Bakri die tussen 1014 en 1094 leefde. Volgens deze historicus maakte Ghassassa deel uit van het Riffijnse vorstendom Noukour. De stad werd later genoemd door andere historici waaronder Leo Africanus, El Idrissi en Ibn Khaldoun.

De stad, zo’n 20 km ten westen van de huidige stad Nador, was een belangrijke havenstad voor de handel. Het beschikte over een moderne haven voor haar tijd. Zo was de haven van Ghassassa in die tijd geavanceerder dan de haven van Barcelona. Vanuit Ghassassa werd handel gedreven met onder meer Alexanderië en Venetië.

Na de val van Granada in 1.492 vluchtten veel Andalusiërs naar Noord-Afrika. De laatste heerser van Granada, de Nasrid Abu Abdallah Muhammad XII (Boabdil), landde samen met zijn entourage van ruim 1.000 personen in Ghassassa. Onder de Andalusiërs die naar Ghassassa vluchtten werd een persoon bekend omdat hij oorlog voerde tegen de Europeanen. Zijn naam is Massaoud Ighassassen, zijn graf is sinds zijn dood een bekende maraboet in de streek. Massaoud verzamelde zo’n honderd Andalusiërs in Ghassassa en vanuit deze stad vielen ze Melilla aan.

De aanval mislukte echter en de Spanjaarden vielen op hun beurt Ghassassa aan. De aanval werd geleid door de hertog Juan Alfonso Pérez de Guzmán en de stad viel in handen van de Spanjaarden in het jaar 1505. Ferdinand, de eerste koning van Spanje, beloonde de hertog met de aderlijke titel ”Markies van Cazaza”, de titel leeft voort tot de dag van vandaag.

De stad werd in 1532 heroverd door de Amazigh dynastie de Wattasiden. Om toekomstige Spaanse aanvallen te voorkomen hebben de Wattasiden de stad vernield. Tegenwoordig zijn er slechts enkele ruïnes over van deze historische stad die ooit een van de belangrijkste havens in Arif had.


https://arifnews.com/articles/ruines-van-de-historische-stad-cazaza-in-nador/
10
Taal / Re: Arrendan Challenge 2020
« Last post by buÉ›luz on 27/09/2020 om 20:20:48 »
De oleander plant die je als voorbeeld wordt bij ons in een mannelijke vorm gebruikt als 'ariri'.

Azul,

In Ayt Sεid is er een rivier die ook zo genoemd wordt: iɣzar uriri.


Ik ben verder ook benieuwd hoever je bent met dat fact-checken van dat verhaal op Arifnews, waar je het laatst nog over had. Of je daar trouwens überhaupt mee bezig bent geweest.

Ik ben daar wel mee aan de slag gegaan en zal mijn bevindingen publiceren in een nieuwe topic.
Pages: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10