Show Posts

This section allows you to view all posts made by this member. Note that you can only see posts made in areas you currently have access to.


Messages - Rbaaz

Pages: « 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
271
Politiek / Re: Nationalisme
« on: 13/11/2005 om 14:40:13 »
salaam,

elk geeft een eigen interpretatie aan Nationalisme. Het nationalisme dat ik bedoel = dat je negatief en bevooroordeeld staat tegen de andere groep. Noem het maar extreem nationalisme.
Ik ben het eens met Gordo, dat je etnisch bewust kunt zijn zonder een extreem nationalist te zijn. ik zal een voorbeeld geven: je kan je inzetten voor het behoud van onze Taal (Tamazight) zonder dat je, je gaat ergeren als iemand opkomt voor de Palestijnse zaak. Het komt zelfs voor dat iemand zo trots is op zijn etnische afkomst dat hij zich verheven voelt boven anderen, en tegelijkertijd is het iemand die niks doet voor zijn cultuurbehoud. Nationalist en niet etnisch bewust (of is hier een andere begrip voor, zal wel).

Ik begrijp wel de beweegreden van dit extreem nationalisme. Doordat men bang is zijn etniciteit kwijt te raken en zich geheel in te gaan in de andere cultuur (assimilatie), gaat men zich verdedigen. Je opkomen voor je eigen rechten moet er zijn. maar het moet niet te ver doorschieten. Het mag niet zo zijn dat men racistische neigingen krijgt, geweld gaat gebruiken en zich negatief opstelt tegen de andere groep. men richt zich ook te veel op de “Arabische” dreiging en vergeet de “westerse” indringer in onze cultuur.

Ik vraag mezelf af wat dat rivaliteit tussen de verschillende stammen van Rif is? is dat ook een vorm van extreem nationalisme maar dan op micro niveau.

en kan je etnisch bewust zijn, zonder een (extreem) nationalist te zijn?
 

272
Dit had ik ooit op een forum gepost.

De regering van de Rif Republiek

- De minister-president (Amir): Si Mohamad Ben AbdelKarim > 40 jaar oud
- De vice-president:  Si M’Hammed Ben AbdelKArim > 30 jaar
- Minister van financiën: Si AbdelSalaam > 50 jaar
- Minister van buitenlandszaken en Marine: Si Mohamed Azarkaan > 35
- Minister van defensie: Si Ahmed Bou Draa > 38 jaar
- Minister van binnenlandszaken: Si el Yazid el Ouriagheli > 45
- Minister van justitie: Si Mohamed ben Amar AbdAllah a Temsamani
- Minister van Habous (schatkist) Si Ahmed ou Guerrour
- Motasserif en Amin el Oumana: Si Mohamed Boujibar > 30
- Adjunct minister van binnenlandszaken: Si Mohamed bou Quechouch>40
- Adjunct minister van justitie: el Fikri Si Mohamed Cherqi
- Id. Adjunct minister van justitie: Si AbdAllah Bou Draa
- Hajib: Si Mohamed Cheddi > 25
- Caid Mechouar: Abdelkrim ben Hadou Si Ziane > 30
- 1ste Secretaris van Abdelkarim: Si Mohemed ben Hadj Moehamadi > 30
- 2de Secretaris van Abdelkarim: el Hadj ben Hitmi > 30
- 3de secretaris van Abdelkarim: Caid Seddik > 22
- 4de secretaris van Abdelkarim: Si Hassan el Quadiri (Algerijnse afkomst)
-Chef de la garde d’AbdelKrim (chef lijfwacht van AbdelKarim):  Caid Hadidane > 30
- Sorte de chef de Cabinet Aux Affaires Etrangeres (chef van het kabinet en binnenlandse zaken): Si Hammou ben Hadj > 25
- Sorte d’introducteur aux Ambassadeur (begeleider van Ambassadeurs)> Si Mohmed ben Ziane Amghar > 25
- Sorte dيntendant aux vivres: Si Abdelkrim Aheetach >35
- Charge de la vente de biens des tranfuges (opdracht voor de verkoop van de overlopende goederen): Si Ahmed Ajrod
- Charge de recevoir les hotes (opdracht voor het ontvangen van de gasten): Si Chaib el Hassan
- Charge du materiel militaire (opdracht voor militaire zaken): Si Ahmed Zemmouri
- Charge des approvisionnements (opdracht voor voorraad voorzieningen): Si Amar ben Mohamed > 45

leeftijden zijn gebaseerd op schattingen

273
Geschiedenis / Re: Oorsprong bepaalde Riffijnse stammen
« on: 09/11/2005 om 18:22:06 »
wat was er met ait tuzin dan
dat ait tuzin bij tamsaman hoort
ik begrijp jullie niet

effe wat duidelijker zijn

ze kunnen toch gewoon broers van elkaar zijn, dat ze 1 vader hebben gehad en dat ze vandaar bij dezelfde stam horen. of mag/kan dit niet. 

274
Politiek / Nationalisme
« on: 09/11/2005 om 18:16:01 »
Azul,

Ik lees hier soms reactie van forumleden die naar mijn idee aan de nationalistische en soms racistische kant zijn.
Men is dan negatief tegen een andere etnische groep, meestal de Arabische. De andere groep wordt dan in negatieve dag licht gezet en hun waarden, cultuur, geschiedenis en/of geloof wordt zonder argumenten afgekraakt. Men is ook egoïstisch en denkt alleen aan zich zelf en gunt de andere groep alleen maar ellende.

Zie ik dit goed of heb ik het fout?
En wat zijn de reden van het ontstaan van deze groepsegoïsme? En hoe kunnen we deze voorkomen?

275
Geschiedenis / Re: Oorsprong bepaalde Riffijnse stammen
« on: 09/11/2005 om 18:11:20 »
- Aith Said

en ait said zouden de nakomelingen zijn van Said n Sala7. ook een Amir van Nekour (volgens ibn al3adari is hij de oprichter van Nekour).
Het blijven, zoals de schrijver het zelf zegt, vermoedens. omdat veel namen op elkaar lijken een stelselmatig terugkomen is het voor een historicus moeilijk, dat goed in kaart te brengen. 

276
Geschiedenis / Re: Foto er-Raisuni
« on: 07/11/2005 om 20:38:47 »
3. Poging tot synthese van de houding van Raïssouni.

De uitgebalanceerde politiek van Raïssouni tegenover de Spanjaarden, dat wil zeggen zijn afwisselend vijandige en dan weer verzoenende houding tegenover hen, heb ik hierboven geschetst voor wat betreft het Spaanse binnendringen van Marokko. Het is een feit dat de idrissidische sjerief het belangrijkste voorwerp van bezorgdheid voor de Spanjaarden was en wel tot hun vernietiging in juli 1921 in Anoual. Maar men moet eveneens constateren dat Raïssouni van 1911 tot 1925 evenveel tijd besteed heeft om oorlog tegen Spanje te voeren (gedurende zeven jaar), als om ten behoeve van de Spanjaarden de orde te handhaven in de noord-westelijke zone. Dat wil zeggen dat hij zonder twijfel gedurende die zeven jaar de Jebala op rekening van de Spanjaarden `gepacificeerd' heeft. Germaine Ayache stelt op dit punt: "Raïsouni maakte als loyale partner voor Jordana -de Spaanse hoge commissaris- de weg vrij om een verbinding tussen de twee sectoren in het Westen ten vestigen; namelijk tussen de sector aan de Atlantische kust van Larache en die van Ceuta aan de Middelandse Zee. Hij hielp Jordana vervolgens het verzet te breken van de stammen die de doorgang tussen beide sectoren controleerden, met name de stam van de Anjera. Dit resultaat werd slechts te vuur en te zwaard bereikt en door middel van gevechten waar Raïssouni met zijn eigen troepen openlijk aan moest deelnemen aan de zijde van Spanje".

[Ayache: 1981, pag. 262. Het is waar dat deze militaire steun van Raïssouni aan de Spanjaarden niet zijn zeer vasthoudend onderhandelingsgedrag jegens hen mag doen verzwijgen. Hij hield niet op steeds uitzonderlijker eisen te stellen voor zijn interventie te hunner gunste. Maar wat er ook van zij, er blijft staan dat hij met de Spanjaarden gecollaboreerd heeft bij hun `pacificatie' van de noordelijke zone.]

Hoe staat het onder die omstandigheden met de periodes wanneer hij in open conflict met de Spanjaarden was? Handelde hij in dat geval wel of niet als nationalist?
Abdelaziz Khalouk Temasamani, specialist op het gebied van het verschijnsel Raïssouni omdat hij goed op de hoogte is van de desbetreffende Marokkaanse, Spaanse en Franse archieven, legt duidelijk uit, dat Raïssouni zelfs op het hoogtepunt van zijn vijandschap met de Spanjaarden -daartoe gedreven door de Jebala die hem niet vergaven accoord gegaan te zijn met de vijand-, "niet afzag van zijn plannen die berustten op zijn machtsbelustheid en onbegrensde ambities. Het waren overwegingen van prestige en eigenliefde die hem dreven. Het ging hem in werkelijkheid niet om beginselbesluiten te nemen vanuit het nationale belang. Zijn keuze voor één van de strijdende partijen vond plaats op grond van zijn persoonlijke machtsoverwegingen"(x).
[Khalouk Temsamani tekent hieromtrent aan: "Raïssouni wilde doorgaan met over zijn eigen provincie te heersen en verdroeg daarom geen obstakels op zijn weg". In: "Raïssouni et la politique indigène de l'Espagne", Revue Dar Al-Niba, nr. 12, herst 1986, pag 10.]

Kortom Raïssouni werd door geen enkel patriottisch motief bewogen. Door de Jebala te verdedigen tegen de Spaanse bezetter koos hij in feite niet partij voor de zaak van zijn vaderland, maar voor zichzelf. Ik heb voor zijn geval het begrip `autopatriottisme' gebruikt [Benjelloun, o.c. pag. 73.]
Bij de hulp die Raïssouni aan de Spanjaarden gaf bij hun militaire bezetting van Larache en El Ksar zou men geneigd zijn te laten meewegen dat hij in Spanje een koloniserend land zag dat er minder toe in staat was zijn `leengebied' plat te walsen dan Frankrijk omdat Spanje nu eenmaal zwakker was.

[Hetgeen volgens Tomas Garcia Figueras een gevolg was van het feit dat Raïssouni bij zijn afwegingen het Spaanse kolonialisme verkoos boven het Franse. Cf, Africa, december 1945, pag 4-8.]

Ik ben er mij bewust van dat er een aantal nuances aangebracht zou kunnen worden bij deze stelling en wel op het punt dat Raïssouni enkel zijn intenties van persoonlijke heerschappij wilde uitleven. Onder die nuanceringen zouden we de `jihaad' tegen de Spanjaarden kunnen vermelden waarvan hij van tijd tot tijd de standaard verhief onder de Jebala-stammen. Evenzeer geldt dit voor de rol die My Hafid hem naar het schijnt heeft willen opleggen om de Europese penetratie in Marokko tegen te gaan in het begin van de 20ste eeuw. Khalouk Temasamani vermeldt hierover: "Sommigen gaan zover te stellen dat de Raïssouni beweging tijdens de regering van My Abdelaziz niet autonoom was maar op de achtergrond deel uitmaakte van de politiek van de machzen die er op gericht was de Europese penetratie in te dijken. Het apparaat van de machzen dat behoefte had aan sterke persoonlijkheden om de penetratie door de buitenlanders in te dammen, overdreef het belang van de rol van Raïssouni en zijn macht om bij de toegangspoort van Marokko van zijn persoon een voorbeeld en afschrikwekkend terreursymbool te maken. De meest uitgesproken mening in die richting stelde zelfs dat de autoriteiten Raïssouni aanmoedigden door tegenover hem geen positie te kiezen. Men heeft graag nagelaten om hem te vernietigen om wille van duidelijke politieke redenen".
[Les coups de Raïssouni in Revue Dar Al-Niaba nr 19-20, o.c. pag.9]

Dit komt er op neer dat men stelt dat Raïssouni objectief het Marokkaanse patriotisme in het begin van de 20ste eeuw heeft gediend. Daarbij moeten we niet vergeten dat de tegenstand die Raïssouni aan Ben Abdelkrim bood daarentegen de Spaanse koloniale belangen gediend heeft.
Bij wijze van zeer korte conclusie geef ik het laatste woord aan Germain Ayache die een scherpzinnige kenner is van het ` Raïssouni-raadsel'. Hij karakteriseert de idrissidische sjerief als "een halflegendarische, bizarre persoonlijkheid waarin de wreker, de patriot en de bandiet op een moeilijk te beschrijven wijze samengaan".[Ayache o.c. pag. 257.]


277
Geschiedenis / Re: Foto er-Raisuni
« on: 07/11/2005 om 20:38:18 »
2. Raïssouni als historische figuur tegenover de Spaanse penetratie van het noorden van Marokko.

Ik zal zo neutraal en objectief mogelijk de historische rol van de idrissidische sjerief tegenover de Spaanse penetratie van het noorden van Marokko trachtten te beschrijven; mijn waardering daarover zal ik pas geven in het derde gedeelte van deze studie. Het is van belang voor dit onderwerp de houding van Raïssouni te bezien tegenover de bezetting van Larache en El Ksar in juni 1911. Ik corrigeer hierbij tevens een misverstand van mijzelf over deze kwestie. Ik schreef indertijd nameljk het volgende: "het binnentrekken van de Spanjaarden in Larache en El Ksar ging ongetwijfeld gepaard met een permissieve houding van Raïssouni op dit punt. in zijn kwaliteit van gouverneur van de noord-westelijke zone van het koninkrijk ontving hij in deze zin bevelen van de autoriteiten van de machzen".
[cf mijn Approches du colonialisme espagnol et du mouvement nationaliste marocain dans l'ex-maroc Khalifien. Rabat, Okad, 1988, pag. 70.]
Het is waar dat de uitdrukking `permissieve houding' de controverse weer doet herleven die er bestaat tussen enerzijds de Marokkaanse historici die Raïssouni beschouwen als een protagonist van het patriotisme en anderzijds historici die in hem slechts een ordinaire bandiet zien die enkel zijn eigenbelang nastreefde. Ik zal later hierover een voorlopige beslissing trachten te nemen. maar toch moet ik t.a.v. mijn uitdrukking `permissieve houding' twee opmerkingen maken. Ten eerste is het een feit dat Raïssouni de Spaanse troepen het binnentrekken vergemakkelijkt heeft. Dit erkent indirect zelfs zijn meest hartstochtelijke verdediger onder de historici, Ben Azouz. Maar voor wat tenminste de machzen betreft is de uitdrukking `permissieve houding' overdreven. ik heb wat dit betreft een perspectieffout gemaakt. De permissiviteit was ....?????? want in werkelijkheid heeft de machzen Raïssouni nooit opdracht gegeven de Spanjaarden in die twee steden binnen te laten. Men had hem te verstaan gegeven dat hij niet tegen hen in opstand moest komen ... om niet vooraf de onderhandelingen te bederven die over die zaak tussen hem en Spanje gevoerd moesten worden.
Toen na de bezetting van die twee steden generaal Silvestre verschillende plekken van de Jebala en vooral op 17-8-1912 Asilah bezette, kwam Raïssouni evenwel toch tegen hem en zijn troepen in opstand. De tegenstand van de idrissidische sjerief stopte de opmars van de Spanjaarden in het gebied van de Jebala. De Spanjaarden moesten tenslotte met hetm een wapenstilstandsverdrag sluiten op 28 februari 1915. De belangrijkste voorwaarden daarvan waren:
-autonomie voor de stammen die aan de autoriteit van Raïssouni onderworpen waren.
-de verantwoordelijkheid van Raïssouni en voor wat betreft de openbare orde en voor de vrijheid van communicatie tussen deze stammen.
-aan Raïssouni ter beschikking stellen door Spanje van financiële en materieële midelen om de veiligheid van het gebied te handhaven.
In november 1918 laait de strijd weer op omdat de spanjaarden menene dat Raïssouni hun opmars in het gebied blokkeert. In de periode 1918-1921 ondernemen de Spanjaarden systematisch de bezettineg van het gehele gebied van de Jebala. Van maart 1919 tot october 1920 heerst er een ware oorlog tussen Raïssouni en de Spanjaarden. Deze laatsten bezetten voor de eerste maal Chefchaouen op 14 october 1920. In 1921 voeren ze operaties uit in het gebied van de Ghomara waarbij ze Raïssouni omsingelen. Maar ondertussen voltrok zich de slag van Anoual (21 juli 1921) hetgeen Raïssouni voor een nederlaag behoedde. Dit gebeuren gaf aanleiding tot een nieuwe wapenstilstand tussen Raïssouni en de Spanjaarden in september 1922 hetgeen er volgens Khalouk Temasamani de oorzaak van was "dat Raïssouni de ware heerser van het gebied van de Jebala werd".
De Rifoorlog dwong de spanjaarden hun strijdkrachten te herschikken door ze in het oosten te concentreren. Op 17 november 1924 verlaten ze zelfs Chefchaouen. Dit brengt Khalouk Temasamani tot de uitspraak dat in het begin van 1925 "de terugtrekking van het Spaanse expeditieleger voor Raïssouni catastrofaal was, daarbij was hij al verlamd door oedeem aan zijn beide benen. Hij had daarbij een kwade dunk van het Rifijnse offensief dat populariteit wist te verwerven bij zijn volgelingen".
Dit loopt al vooruit op mijn poging tot synthese die gaat over de vraag of Raïssouni wel of niet zich als patriot gedroeg tegenover de Spaanse penetratie in het noorden vanaf 1911. Daarbij staat het natuurlijk buiten kijf dat hij een roverhoofdman geweest is.


278
Geschiedenis / Re: Foto er-Raisuni
« on: 07/11/2005 om 20:37:49 »
een tekst die ik al een tijdje geleden van internet heb gehaald:

RAISSOUNI: ROVER, COLLABORATEUR OF VERZETSHELD?

Abdelmagid Benjelloun.


De Engelse journalist Walter B. Harris die Raïssouni goed gekend heeft, beschrijft hem op de volgende manier: "Moulay Ahmed Raïssouni is uniek in zijn soort, en het is ongetwijfeld voldoende dat er maar een zo'n man bestaat".

Deze zeer treffende beschrijving van de persoon van Raïssouni wijst ons op twee opvallende elementen. Aan de ene kant richt ze onze aandacht op zijn uitzonderlijke en onvergelijkbare karakter; en van de andere kant wijst ze op de weerzin of zelfs op de verwerpelijkheid die hij oproept. Het gaat om een complexe persoonlijkheid en hij was dit des te meer als we in aanmerking nemen dat velen slechts of de eerste of de tweede karaktertrek van zijn persoonlijkheid begrepen hebben.
Het beknopte kader van deze studie staat mij niet toe de ziel van Raïssouni te doorgronden als dat al mogelijk zou zijn. Maar ik meen de historische realiteit niet te zeer te vertekenen wanneer ik hier de keus maak om van zijn onderscheiden kwaliteiten en fouten van zijn persoonlijkheid de twee meest belangrijke aspecten te beschrijven, namelijk de bandiet die hij geweest is en de historische figuur die een rol speelde bij de Spaanse penetratie van Marokko in de eerste drie decennia van de 20ste eeuw. Daarom behandel ik van het verschijnsel Raïssouni de volgende twee aspecten: 1. Raïssouni de bandiet. 2. Raïssouni de historische figuur tegenover de Spaanse bezetting van het Noorden van Marokko. Tot slot zal ik een bepaalde synthese trachten aan te brengen tussen deze beide aspecten van zijn persoonlijkheid.

1. Raïssouni de bandiet.

Ik zal in het stuk dat volgt aantonen dat Raïssouni in bepaalde periodes van zijn leven een boef was. Maar voor ik daarover in detail zal treden is het belangrijk te onderstrepen dat hij wat dat betreft geen geïsoleerd geval was. De Marokkaanse historicus Abdallah Laroui vermeldt hieromtrent het volgende: "Het opmerkelijke feit van de periode 1894-1912 is de opkomst van invloedrijke persoonlijkheden, jagers op buit `zonder god noch gebod', die slechts uit waren op hun eigenbelang en die de belangrijkste machten die het land beheersten tegen elkaar uitspeelden. Deze figuren kwamen op verschillende manieren aan hun einde. Sommigen bleven eenvoudigweg bandieten, gevreesd en bewonderd. Anderen verwierven eer en respect door de weliswaar geminachte maar toch statusverlenende titel van caid van de sultan te verwerven. (...) In elk geval kan men hetzelfde scenario constateren bij al dit soort personen: dezelfde omstandigheden als uitgangspunt, dezelfde bondgenoten, dezelfde werkwijze".
Ik zou aan deze weergave van het onstaan van het banditisme dat Marokko van het einde van de 19e eeuw tot het begin van de 20ste eeuw beheerste, en waarvan Raïssouni een voorbeeld is, willen toevoegen dat het verschijnsel banditisme wellicht gezien moet worden in het kader van de siba die zich in die tijd in Marokko deed gelden. Maar ik zal niet al te zeer op deze stelling ingaan om niet de controverse te doen herleven van de hardnekkige verdedigers en bestrijders van de theorie die stelde dat de machzen in die tijd ten prooi was aan een echte anarchie in bepaalde regio van het koninkrijk.
Hoe het ook zij, in de persoon van de idrissidische sjerief Moulay Ahmed Raïssouni zijn wij getuige van de bliksemcarrière van een rover die al heel jong zijn misdaden begon te bedrijven en wel aan het hoofd staand van een roversbende vanaf het begin van de jaren 1870. Zijn recidieve criminaliteit leidde tot zijn gevangenschap op het schiereiland van Essaouira van 1895 tot 1900. Hij kwam slechts vrij dank zij bemiddeling van de chorfa der Raïssouni te zijner gunste, naast de bemiddeling van de minister van oorlog Mnebhi en van Mohammed Torres die toen vertegenwoordiger van de sultan in Tanger was. Toch beterde hij na zijn vrijlating zijn leven niet maar begon opnieuw met het begaan van misdaden. Volgens Khalouk Temasamani "was het doel dat Raïssouni najoeg niet minder dan door middel van zijn terroristische praktijken druk uit te oefenen op de autoriteiten om zo een post bij de machzen te verwerven die aan zijn ambities voldeed".
Om zijn doel te bereiken zocht de idrissidische sjerief toevlucht tot het kidnappen van belangrijke buitenlandse personen. Sommige schrijvers stellen zelf dat hij daardoor wereldberoemd geworden is. Het gaat om de volgende drie gevallen:
- de ontvoering van een Engelse journalist op 16 juni 1903, hetgeen schijnt het een ...cp?? was waarmee hij bereikte dat hij op 28 juni benoemd werd tot caid over het gebied van Tanger.
- de ontvoering van de Amerikaan van Griekse origine, Ion Perdicaris en zijn schoonzoon Varley. Deze vond op 18 mei 1904 plaats. Het leverde hem een losgeld op van 60.000 realen op die door de machzen betaald werd, naast het feit dat hij benoemd werd tot hoofd van de dorpen Zinat in het gebied Fahs en Briech in het gebied Gharbia.
- tenslotte de kidnapping van Mac Lean op 1 juli 1907. als deze ontvoering hem al niet de gelegenheid gaf een gezagspositie te gaan bekleden bij de stam van de Jebala kreeg hij daarmee ook een losgeld van 25.000 pond sterling in handen die hem over een periode van 10 jaar werd uitbetaald naast de Engelse bescherming (=) voor hem zelf en zijn familie. Wel werd Raïssouni ontheven van zijn post van caid over het gebied van Tanger op 28 december 1906.
Hierbij moeten wij ons hetvolgende afvragen: hield Raïssouni in de periode 1904-1906 op met zijn rooftochten in het noorden van Marokko, toen hij de post van caid over het gebied Vantanger bezat? Ik laat het antwoord aan Khalouk Temasamani over: "toen het hem lukte om van Moulay Abdelaziz zijn benoeming als caid over Fahs (het gebied van Tanger, RH.) los te krijgen, deed hij althans in het begin moeite om de orde in het gebied te handhaven, Maar vervolgens probeerde hij zijn tegenstanders op de knieën te krijgen en naburige stammen te onderwerpen. De willekeur was des te groter".
In de volgende paragraaf zal ik de historische rol van Raïssouni tegenover de Spaanse penetratie behandelen in de periode 1911-1925. Maar we moeten ons hier al de vraag stellen of de idrissidische sjerief in de  periode 1911-1925 doorging met het begaan van misdaden in het gebied van de Jebala? Ja, feitelijk ging hij met eenzelfde wreedheid tekeer tegen de Jebala. Hij deed dit ofwel als `pacificator' van de Jebala op rekening van de Spanjaarden ofwel als verzetsstrijder tegen de Spaanse penetratie in het Noorden van Marokko. Hier ga ik later op in.

[ De lijst van bronnen die dit aantonen is erg lang; ik zal mij er hier toe beperken er slechts enkele van te citeren vanwege het actuele karakter van de documentatie. Ik weet dat die geschriften over het algemeen slechts betrekking hebben over de jaren 1912-1919: Khalouk Temsamani, Abdelaziz "Raisouni et la politique indigène de l'Espagne". Revue Dar Al-Niaba, nr 12, herfst 1986; pag. 11 "Raissouni et les affrontement diplomatiques" (1914-1918). Revue Dar Al-Niaba, nr. 13, winter 1987; pag. 10 "La rencontre de deux chefs: Ahmed Raissouni et Mohammed B. Abdelkrim", Revue Dar Al-Niaba, nr. 14 voorjaar 1987; pag. 3.]

Bij deze verhalen over Raïssouni de bandiet is het nuttig stil te staan bij het feit dat het hier niet ging om een soort bandiet in de trant van Robin Hood, van iemand die stal van de rijken om het aan de armen te geven. Toch verhinderde dit hem niet om ondanks alle afpersing die de Jebala zich moesten laten welgevallen, zich te mogen verheugen in een zeker charisma bij deze stam dat hem zelfs verleend werd -hoe paradoxaal dat ook mag klinken- vanwege zijn wreedheid. Manuel l. Ortega bevestigd dit: "In heel de westelijke zone is er geen andere sjerief te vinden die kan bogen op meer prestige. Mannen van de stammen die zich niet uit liefde of verering aan hem onderwerpen, worden beheerst door de angst voor zijn wraak en zijn rechtspraak".

[El Raisuni. Madrid, Tipografia moderna, 1917; pag. 231 (Franse vertaling van AB).]

279
Algemeen / Re: Mannen in lange gewaden en r3ennie in hun baard.
« on: 05/11/2005 om 10:22:19 »
Het lijkt net of ze een volk op zich zijn,een volk van djellaba en baard met r3enniedragers.

Als je oude foto’s gaat bekijken van Rifijnen dan zal je zien dat de mannen bijna altijd een baard en een jalaba, net boven de enkels dragen. Dat was hartstikke gewoon maar nu lijkt het dat we bezwijken onder de kritiek van anderen en dat we zelf onze eigen kledingcultuur gaan associeren met sektes en terrorisme.
Zwak hoor.
Dit geldt ook voor de vrouwenkleding. ik kan me nog goed herinneren dat alle vrouwen in mijn dorp een jalaba en een sluier dragen. Hartstikke normaal. Maar nu durft men het niet omdat je anders zal worden afgeschilderd als achterlijk en tahaboejth.

Een jalaba is een Amazigh kledingstuk, het is een onderdeel van onze cultuur en dat moeten blijven koesteren.

281
Taal / Re: Onder welke dialect hoort Figuigdialect/Tafigigect?
« on: 04/11/2005 om 10:10:46 »
Fiquiq, ik ben daar een jaar om 7 gelden geweest, en ik heb nog leuke herinneringen aan gehouden. echt leuk en aardige mensen daar. ik heb nog foto’s van Azrou, de eeuwenoude moskee, een oase net buiten de stad.... Echt mooi
Volgens de mensen die ik daar heb gesproken, is Fiquig een Arabische woord. In het Arabisch lees je het alleen anders de q spreek je uit als j van jamal : “فجيج”. En dat zou iets betekenen als:  een weg tussen twee bergen. In het Tamazight gebruiken we hiervoor het woord Tizi. Zo kennen wij Tizi wazou, Tizi Ousli etc.
De bewoners noemen hun stad Fiyiy. Dit is wat ik van de mensen daar heb gehoord.


en dit ziet er ook uit als een weg tussen twee bergen
http://www.siteavie.com/azwaw/zenaga.gif.

282
Geschiedenis / Re: monument
« on: 04/11/2005 om 09:32:43 »
In Dhar Oubaran en/of Anoual heb je een klein monumentje toch?


salaam,

het wil niet lukken, dan maar zo

http://img453.imageshack.us/my.php?image=anoual8cu.jpg

en nu gaat het wel lukken, alleen de vertaling nog.



283
Plaatsen / Re: Wie komt er hier uit woekidarN
« on: 07/08/2001 om 01:48:14 »
ik kom uit Imzouren, Woekidarn is het buurdorpje.
we zitten in Nederland 3000 km van onze dorpjes vandaan dat geeft mijn een rare gevoel het is zeker heimwee en verlangen naar Rif.

Pages: « 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19