Show Posts

This section allows you to view all posts made by this member. Note that you can only see posts made in areas you currently have access to.


Topics - Wah

Pages: 1
1
Niet dus. Ze waren gewoon op weg om water te halen.


3
Het was bekend dat klimaatverandering vooral de armste landen treft. Marokko kampte altijd al met een structurele droogte, maar dit jaar is wel heel extreem. Zo erg was het al niet meer sinds 1981. Het heeft heel de winter niet meer geregend en de oogst is goeddeels verloren gegaan. Steeds meer mensen trekken naar Europa, vooral spanje en Frankrijk. De overheid staat machteloos.

Check:



Morocco: Dreams of Europe As Drought-Hit Morocco Prays for Better Times


22 June 2007
Posted to the web 21 June 2007

Tom Pfeiffer
Nairobi

When 2007 arrived and the winter rains had still not fallen, Morocco's religious leaders led anxious prayers to avert a rural catastrophe, quoting from the Koran: "And it is he who makes the rains fall after we have despaired, and spreads his grace."

The months passed but clouds scudded over the kingdom's central plains without shedding their load and in the fields near the central Moroccan town of Khouribga, seeds grew into stunted crops.

 
The harvest is almost over, and farmers gathered for the weekly market in the nearby village of Lagfaf say most of the wheat is good enough only for the animals. Only 100 kg per hectare were harvested, against 2 tonnes in a good year.

The last time things were this bad was 1981, when scarcity of grain caused bread prices to soar and led to bloody riots in Casablanca.

"It was similar back in 1981 but since then we've never had such a tough year as this," said Mr Mohamed Darif, a tall, thin 78-year-old Indochina war veteran wearing thick glasses and a tufty white beard on his bony chin.

Young men who would normally be earning 30 dirhams ($3.57) a day helping with the harvest instead spend their time in cafes, talking about escape to Europe.

"We're here all day just waiting for the evening. We eat, then we sleep," said Tarek Afhuf, 19. "I know my family is here but I must work. I need a future."

Officials in the capital Rabat say climate change has raised temperatures and contributed to a 30 per cent decline in rainfall in recent years and fertile acreage is shrinking.

They blame the drought for an expected slump in Morocco's economic growth this year, showing how farming in the kingdom still relies on smallholdings that lie beyond the network of dams and irrigation channels that guarantee water in dry years.

The government has launched measures to protect flocks using water trucks, tax breaks and subsidies on animal feed.

It says many grain farmers have joined an insurance scheme to protect their incomes and are benefiting from advice to help a shift to alternative crops like olives, fruit and chickpeas.

"With global warming, the situation could worsen, but drought is already a structural phenomenon in the country," said an official at Morocco's agriculture ministry who asked not to be named: "Everything is being geared to water economy, diversification of crops and adaptation."

Farmers in Lagfaf say the help is failing to reach them. Their incomes dwindling, some say they would be unable to sow or harvest without money borrowed from relatives who have already moved abroad. Without help, they are unable to invest in equipment to improve productivity and raise their standard of living. An alternative - to lease land to a bigger landowner with the financial clout to buy the equipment - still leaves small farmers at risk.

A group of farmers in Lagfaf said they rented 1,400 hectares to a local official in 2001: he failed to pay them and has blocked government aid to them. A court ruled in their favour but the police have never enforced the ruling, they said.

"Drought is a natural thing, the will of God that we must accept," said Mr Darif. "What we won't accept is that we are deprived of subsidies and our land taken illegally."

Two-thirds of the illegal Moroccan migrants arrested by Spanish authorities in recent years come from the farming and phosphate mining region between Khouribga and the nearby town of Beni Mellal, according to migrant family support group AFVIC.

It says between 300,000 and 400,000 people have left the area in the last decade.

Those who make it to France, Spain and Italy are viewed back home as heroes, encouraging more to leave.

But some have decided to stay behind and pour their energy into making small-scale farming viable.

 
A dairy cooperative recently established near Lagfaf has quickly grown to 100 members with a total of 600 cows to buy feed in bulk at lower prices and sell milk to Centrale Laitiere, Morocco's biggest milk buyer, controlled by the royal family.

An association trains cooperative members and helps them diversify feed sources and make better use of water.

They hope soon to produce cheese and yoghurt using technology borrowed from an Italian non-governmental organization.


4
Laat Marokkaanse jongens een voorbeeld nemen aan meisjes
Youssef Azghari


Toen ik met mijn familie dertig jaar geleden naar hier emigreerde leerde ik al snel drie opvallende gezegden. Ze staan nog in mijn geheugen gegrift. ’Doe gewoon, dan doe je al gek genoeg!’, ’Geduld is een schone zaak!’ en ’Doe waar je zin in hebt!’
Met deze drie in mijn hoofd dacht ik de typische Nederlandse volksaard in een notendop te kennen. Dat gold zeker voor de laatste uitspraak, want de eerste twee herkende ik ook uit onze Marokkaanse cultuur. Je wordt opgevoed om niet op te vallen. Het tonen van bescheidenheid is een groot goed. En zij die geduld opbrengen om iets te bereiken hebben Allah aan hun zijde. Dat staat zelfs in de Koran.

Alleen van ’Doe waar je zin in hebt!’ had ik nooit eerder gehoord. Dat was typisch Hollands. Volgens de Marokkaanse traditie moest ik als kind altijd doen wat me opgedragen werd. Gehoorzaam zijn aan je ouders was de manier om in het paradijs te komen.

Als ik een keer ongehoorzaam was kon mijn vader heel boos kijken. Maar er kwam nooit in hem op mij een pak slaag te geven. Op dit punt was hij anders dan de meeste traditionele Marokkaanse vaders.

Die waren lang voor hun vertrek naar Europa Spartaans opgevoed. Het slaan is voor hen iets dat vanzelfsprekend bij de opvoeding hoort. De gedachte erachter is dat elk kind dat over de schreef gaat moet voelen wat het verkeerd doet wil het opgroeien tot God vrezend mens. Dus kreeg je bij grof taalgebruik of egoïstisch gedrag al klappen. Zo leer je met geweld wat respect en bescheidenheid betekenen.

Onze strenge vaders zijn daar niet slechter van geworden. Toch zie je nu vaker twijfel op hun gezicht. Zij zijn er niet zeker van of een harde opvoedingsstijl bij hun kinderen, die hier opgroeien, aanslaat. In dit vrije land zien ze met lede ogen aan hoe sommige van hun kinderen toch ontsporen. Een flink aantal geeft de schuld aan de Nederlandse overheid. Met name de eerste generatie klaagt dat ze de politie op hun dak krijgen als ze hun kroost met een stok of riem tuchtigen.

Dat met harde hand opvoeden niet helpt en zelfs averechts werkt is uit studies allang bekend. Kinderen die gewelddadig zijn opgevoed schrikken later niet terug om zelf ook geweld te gebruiken. Dit gedrag zagen we op grote schaal terug bij de relschoppers na de voetbalwedstrijd jong Oranje tegen jong Marokko. Zij maakten alles kapot.

Je moet bij deze egotrippers niet aankomen met ’man, doe normaal, dan doe je gek genoeg’. Met hun blingbling, dure merkkleding of gouden ringetjes, willen ze indruk maken. Ook in Marokko op vakantie vallen ze negatief op. Verder zijn ze zo ongeduldig als de pest. Ze willen zonder veel inspanning alles meteen wat hun hartje begeert aan geld en aanzien. Daarom kappen ze voortijdig met studeren, en zo hard ploeteren als hun ouders willen ze beslist niet.

Uit verveling schoppen ze herrie of komen op het criminele pad. Hun mentaliteit is noch Marokkaans noch Nederlands. Het enige wat ze willen is op een asociale manier doen waar ze zin in hebben. Ze houden geen rekening met de ander. Schaamte over hun egoïstische daden of schuldgevoel hebben ze niet. Deze verwende prinsjes zijn te veel vervreemd van hun Marokkaanse cultuur, waar schaamte en vrees voor de straf van Allah hen weerhoudt slecht te doen. En als Nederlander zijn ze onvoldoende geïntegreerd om schuldgevoel te kennen. Daarom is het een prima initiatief van dit kabinet om ook Marokkaanse probleemjongeren verplicht op te nemen in opvoedingskampen. Daar kunnen ze leren om sociaal te handelen en hun kwaliteiten te ontdekken.

Laat ze liever kijken naar de Marokkaanse meisjes, die veel beter presteren. Hun bescheidenheid, discipline en geduld vormen het geheim van hun succes. Met een diploma in de hand kunnen ze later werk doen waar ze zin in hebben.

Bron 19-06-2007

5
Babbelhoek / Bloot en sexy is uit, kuis en degelijk is in
« on: 21/06/2007 om 09:44:45 »
’Dat je je lichaam kunt bedekken, is voor de jonge generatie een ontdekking’
Seada Nourhussen

Topless zonnen is uit, de heupbroek kan naar het Leger des Heils en het naveltruitje is ook al lang passé. Is kuisheid modieus geworden?
Volgens een enquête van vrouwenblad Top Santé is een meerderheid van de Nederlandse vrouwen niet van plan deze zomer zonder topje te gaan zonnen. Topless is uit. Sterker: het badpak maakt deze zomer een rentree. Op de catwalk heeft degelijkheid het gewonnen van frivoliteit; hooggesloten blouses, klokvormige tunieken en bedekte boezems.

„We hadden de afgelopen zomers de beach in the city-look”, zegt Arie Vervelde van design- en stylingbureau Studio Commandeur. „Vrouwen liepen met een bikinitop en een heupbroek of hotpants in de stad. Ook zag je veel superstrakke kleding en naveltruitjes. Veel onthullender kon niet. We zien nu weer de lol in van kleding die wappert en zwiert. De trend is nu flirterig in plaats van pornografisch.”

De boodschap dat kuis en degelijk tegenwoordig hip is, slaat volgens Vervelde goed aan bij jongeren. „Bloot is voor de jonge generatie niet bijzonder meer, dat je je lichaam ook kunt bedekken is voor hen juist een ontdekking. Ik kom zelf uit de jaren vijftig en van het woord kuisheid gaan mijn haren recht overeind staan. Jongeren staan daar onbevangener in.”

Van jonge vrouwen klinkt er een steeds luider wordende roep om zedelijkheid. Het manifest tegen onrealistische en platte afbeeldingen van vrouwelijk schoon dat de actiegroep rond documentairemaakster Sunny Bergman opstelde, is inmiddels 6000 keer ondertekend. Een gigantische reclameposter van een dame in een gouden bikini in de binnenstad van Utrecht leverde een storm aan kritiek op van zowel de ChristenUnie als van feministen.

„Onder invloed van de islam en de toenemende religiositeit onder jongeren worden seks en bloot langzamerhand uit het publieke domein gehaald”, zegt trendvoorspeller Adjiedj Bakas. „Ik schreef drie jaar geleden al dat we het hebben gehad met het hedonisme van de jaren tachtig en negentig.”

Bakas zegt dat de nieuwe degelijkheid allerlei mensen verenigt. „Feministen bepleiten een nieuwe kuisheid omdat ze vinden dat vrouwen niet als een stuk vlees beschouwd mogen worden, religieuzen vinden weer dat we terug moeten naar oude normen en waarden.”

Kuise kleding heeft volgens Bakas niets met preutsheid te maken. „Ik was laatst in Afghanistan en daar sprak ik iemand die zei dat de boerka niet alleen bedoeld is om vrouwelijk schoon te bedekken, maar vooral erg handig is bij vreemdgaan. Niemand kan tenslotte zien wie eronder zit.”

Bron

6
Politiek / Haagse Marokkaanse organisaties willen geld
« on: 13/06/2007 om 20:49:32 »
Verklaring Comite Haagse Marokkanen

Redactie Tawiza
 
 
 
VERKLARING



Namens de ondertekende Haagse Marokkaanse moskeeën, verenigingen en stichtingen, willen we aan de Marokkaanse gemeenschap in Den Haag het volgende mededelen:

De toenmalige minister van justitie heeft voor de vier grote steden voor de periode 2006-2009 aanvullende financiële middelen beschikbaar gesteld voor het aanpakken van de problemen van de risico Marokkaanse jongeren in de leeftijd tussen 12 en 24 jaar. In dit kader heeft de minister een bedrag van 3,3 miljoen euro aan de gemeente Den Haag toegekend.

Volgens de richtlijn van het ministerie van justitie, moeten de gemeenten de Marokkaanse gemeenschap betrekken bij het ontwikkelen en uitvoeren van hun plannen, zodat de beoogde resultaten worden behaald.

In tegenstelling tot de richtlijn van het ministerie, heeft gemeente Den Haag de Marokkaanse gemeenschap genegeerd en heeft geen enkel overleg gepleegd met de Haagse Marokkaanse organisaties en moskeeën, zowel bij het ontwerpen als de uitvoering van haar plannen.

Wij verklaren het volgende:

- Wij zijn tegen het gebruik van de problemen van onze jongeren om schijnprojecten en subsidies te legitimeren;
- De uitsluiting van de Marokkaanse gemeenschap staat haaks op de uitspraken van sommige diensten van de gemeente Den Haag over burgerschap en participatie;
- Wij accepteren niet, na meer dan veertig jaar in dit land te hebben gevestigd, dat wij als tweederangs burgers worden beschouwd en behandeld;
- De Marokkaanse gemeenschap moet vertegenwoordigd worden door de vertegenwoordigers van de Marokkaanse moskeeën, verenigingen en stichtingen en niet door commerciële bureaus en individuen.



Wij eisen het volgende:

Het instellen van een onafhankelijke commissie die een onderzoek gaat verrichten naar het beleid van de gemeente Den Haag met betrekking tot de besteding van Donnergelden. De commissie dient o.a. de volgende vragen te beantwoorden:

- Hoe is het gekomen dat de Marokkaanse moskeeën, verenigingen en stichtingen niet werden benaderd en betrokken bij het ontwikkelen van ideeën en plannen conform de richtlijn van de toenmalige minister Donner?
- Welke criteria heeft de gemeente gehanteerd bij het verdelen van Donnergelden?
- Aan wie heeft de gemmente subsidies (Donnergelden) toegekend?
- Welke specifieke projecten zijn ontwikkeld ten behoeve van de risico Marokkaanse jongeren?



Ten slotte willen we via deze verklaring de lokale en landelijke publieke opinie laten weten dat wij open staan voor overleg en dialoog, maar ook bereid om alle wettelijke wegen te bewandelen om de belangen van onze jongeren te verdedigen.



Den Haag 2 mei 2007

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Het Comité Haagse Marokkanen bestaat uit:

Moskee El Mohsinin, moskee El Islam, moskee El Fath, moskee El Omma, moskee Annour, Marokkaanse vereniging El Ouahda, Marokkaanse vereniging Ittihaad, Marokkaanse vereniging Bismillah, Marokkaanse vereniging Issalaam, Stichting Buurtvaders Schilderswijk, Marokkaanse vereniging Bouwlust, Haagsche Marokkaanse voetbalclub (HMC), vereniging Stem van de Marokkaanse Democraten in Nederland, Stichting Izourane, Stichting Tifawin, Vereniging al Ouahda wa ttadamoun.
 

7
In de media / Marokkaanse familie woont 7 jaar op toilet.
« on: 06/06/2007 om 13:51:57 »
Na 7 jaar op het toilet gewoond te hebben nu op straat gezet...




Moroccan family barred from toilet

By Richard Hamilton
BBC News, Sale, Morocco 


A family living in a public toilet in Morocco have spent seven years requesting more hygienic accommodation.

 
The family's troubles began when their daughter was kidnapped

Their pleas fell on deaf ears, and Aze Adine Ould Baja has had to endure the ignominy of having "toilets, Sidi Ahmed Hajji district" as the official address on his identity papers.

Desperate to do something about their plight, Mr Baja and his wife Khadija Makbout recently went to a local newspaper with their story.

"I was fed up with the situation and I was becoming more and more ill," Mr Baja explained.

"There were lots of vermin in the toilet. My little boy is only seven months old but he is also a Moroccan citizen and deserves better."

But a few days later the local authorities moved in to block up the toilet's entrance with cement and concrete.

Mr Baja, his wife and three children now find themselves barred from the only home they had.

Health fears

In a narrow street of the old medina in Sale, the city across the river from the capital, Rabat, Mr Baja explained how he fell into poverty and ended living in the public lavatory, where he was the attendant.

He worked at the toilet for 23 years, where he earned less than $1 a day.

"How can a married man feed his children on a dollar a day?" he asked.

  When my son went to school, the other children would tease him and call him 'the boy from the toilet'

Khadija Makbout 
His troubles began several years ago when his daughter was kidnapped and he had to sell everything to try to find her.

She was eventually found, but he could not afford to rent the place where he had been living and the family moved into the toilet as a temporary measure.

But with no help from the local government and no money to rent anywhere else they ended up staying.

"My children and I have suffered a lot," Ms Makbout told the BBC.

"Rats and mice were eating and tearing our clothes and I was afraid that they would harm my baby boy. I was sleeping near the drain.

"I asked the authority for a place where my children could live but they did nothing."

Squashed

Mrs Makbout said the she hated seeing her children grow up in this situation.

"When my son went to school, the other children would tease him and call him 'the boy from the toilet'.

 
This identity card shows 'toilets' as an official address
"When he came home he would cry and asked me why we lived in the toilet."

At one stage the family were offered a place to live but it had no roof.

For the moment the family are squashed in with Ms Makbout's mother. They have been promised somewhere else by the authorities but so far nothing has happened.

Now destitute, without a job or home, Mr Baja despairs of his situation.

"My children are tired of getting hungry."

"I have health problems and poor blood circulation, so I have to go to hospital about three times a year. I could die at any time."

All these troubles make him consider emigrating.

"When I feel myself dying of hunger and I can see that my children are dirty and suffering - I no longer want to stay in Morocco."

"I think I may find a boat in Tangier and take my wife and children away.

"Maybe we will die in the middle of the sea. Maybe it will take us to a place where it is easier to get something to eat.

"But we would find it hard to leave Morocco, because we are proud of it."

Detained

While investigating the story a police officer came up to me and asked for my identity card.

He took it away and detained me briefly in the local police station.

I also tried to speak to a local government representative about the family's situation, but no-one was available for an interview.

Although this family's story is unusual, it is not altogether surprising.

Hundreds of thousands of Moroccans live in abject poverty in slums and shanty towns.

Some of those slums have produced the recent waves of suicide bombers.

It reflects the huge gap between rich and poor in Morocco: some people live in luxury, others live literally in a toilet.
 

8
Babbelhoek / Kooten en de Bie
« on: 30/05/2007 om 13:51:12 »
Die waren echt lache man. ;D

Check: Turk en groenteman http://www.youtube.com/watch?v=2WTNowTRATE&mode=related&search=

9
In de media / 'Hoe Holland aan Saddam verdiende'
« on: 23/05/2007 om 12:23:59 »
http://www.groene.nl/2007/20/Hoe_Holland_aan_Saddam_verdiende

.... In de Anfal-campagne, waar de gifgasaanval op Halabja deel van uitmaakte, werden nog eens tussen de vijftig- en honderdduizend Iraakse Koerden door Saddams troepen vermoord. Het was zijn wraak voor hun steun aan Iran, waarmee Irak al sinds 1980 in oorlog was. ....

.... Ook de Nederlandse bedrijven kbs en Melchemie leverden voorlopers voor gifgassen aan Irak, zij het eerder, voordat er exportrestricties van kracht waren, en beperkter dan Van Anraat. In totaal leverden Nederlandse bedrijven 45 procent van de Iraakse grondstoffen voor chemische wapens. Van Anraat alleen is verantwoordelijk voor 38 procent daarvan. ....

.... Ook de Nederlandse overheid is bij de dodelijke leveranties betrokken. Nederlandse bedrijven werkten niet bepaald in een vacuüm. Het ministerie van Economische Zaken heeft zijn uiterste best gedaan de lijst met chemicaliën die niet naar Irak mochten worden uitgevoerd zo kort mogelijk te houden. Daarover ontspon zich in 1984 een felle strijd met het departement van Buitenlandse Zaken. Een zwarte hoofdrol aan de zijde van EZ werd vertolkt door vvd’er Frits Bolkestein, destijds staatssecretaris voor Buitenlandse Handel. ...

....  Hoezeer de koopman de dominee overheerst blijkt als Bolkestein op 31 maart 1983 tijdens een bezoek aan Bagdad een overeenkomst met Irak sluit voor economische en technische samenwerking. Als een jaar later het parlement bezwaar maakt tegen ratificatie van het verdrag, gezien de gruwelijke reputatie van de Iraakse troepen, drukt hij die toch door. Tijdens het debat zegt hij: ‘Het sluiten van deze overeenkomst kan helaas niets veranderen aan die oorlogstoestand.’ Ook zijn cda-opvolger Yvonne van Rooy kent weinig scrupules. Op 16 maart, cynisch genoeg op de eerste dag van de gasaanval op Halabja, die dan nog niet bekend is, ontvangt zij de Iraakse onderminister van Handel. Tijdens zijn bezoek wordt hij niet gewezen op de inzet van verboden strijdgassen. Economische Zaken heeft slechts het handelsbelang voor ogen....

Ten slotte:

Nederland heeft niets geleerd
.......

Campagne tegen Wapenhandel ontdekte dat onder de bestemmingen van in 2005 verstrekte exportvergunningen landen zijn die in het bezit zijn van chemische wapens, het Verdrag Chemische Wapens niet ondertekend hebben, of bekend staan als doorvoerhavens naar landen waaraan Nederland zelf niet zou leveren. Drie voorbeelden uit een lange lijst:

Israël: in bezit van chemische wapens; ratificeerde het verdrag niet. Kocht in Nederland grondstoffen voor mosterdgas, en de zenuwgassen tabun en sarin.

Taiwan: bezit chemische wapens. Kocht een grondstof voor mosterdgas.

Soedan: heeft chemisch-wapenprogramma; verwikkeld in binnenlands conflict in Darfur met genocidale trekken. Kocht een voorloper van blauwzuurgas.









10
Literatuur / Over schuld en schaamte
« on: 19/05/2007 om 17:53:01 »
Waarom Marokkanen ten onrechte het etiket 'schaamtecultuur' opgeplakt krijgen als een groep die geen moreel schuldbesef kent. Dat is o.a. de vraag die het boekje Over schuld en schaamte behandelt. En dit terwijl deze emoties universeel zijn zoals dit wetenschappelijk onderzoek aan zal tonen.

Check een bespreking.

11
In de media / 'Het journalistendrama'
« on: 07/05/2007 om 20:21:33 »
Het journalistendrama
→ De onserieuze taakopvatting van Fleur Jurgens

De reacties die Het Marokkanendrama van journaliste Fleur Jurgens uitlokte, gaan bijna nooit over het boek zelf. Hoewel er veel op het spel staat: de werkwijze van Jurgens schaadt namelijk de geloofwaardigheid van ‘onderzoeksjournalistiek’.

DOOR Pieter van Os

In opdracht van het onafhankelijk onderzoeksprogramma van de Politieacademie stelde Fleur Jurgens zich de onderzoeksvraag ‘in hoeverre de thuismilieus’ van Marokkaanse probleemjongeren ‘bijdragen aan hun neiging te mislukken in de Nederlandse samenleving’. Bij de beantwoording van deze relevante vraag blijkt Jurgens niet te zijn doorgedrongen tot ook maar één zo’n thuismilieu. De rotzakjes zelf kreeg ze zelfs ‘überhaupt niet te spreken’. Ze maakt het goed door maar liefst 66 deskundigen te spreken. Sterker, ‘meer dan 66’. Hoewel de lezer zich direct afvraagt hoeveel dat er zijn (honderddertig of 66,5?) maakt het niet veel uit, want Jurgens heeft uit die deskundigen enkele lievelingskenners gekozen. Een wijkagent, een kinder- en jeugdpsychiater – die hoopt op een diepgravend onderzoek naar de genetische aanleg van Marokkaanse jongens om in de criminaliteit te belanden – en schrijver Hans Werdmöller, die een paar jaar terug al het boek Marokkaanse lieverdjes schreef en zich in de Volkskrant teleurgesteld uitliet over Jurgens’ boek.

Die gesprekken met experts hebben geleid tot enkele belangwekkende observaties. Zo blijkt het justitieapparaat zo traag te werken dat het verband tussen delict en straf helemaal zoek is. Daardoor denken Marokkaanse ouders dat de Nederlandse politie hun zonen naar willekeur oppakt en vrijlaat. Ook geeft Jurgens concrete cijfers en is ze altijd duidelijk over de herkomst daarvan. Om een interessant cijfer te noemen: van de tweede-generatie-immigranten haalden vorig jaar meer vrouwen (74 procent) dan mannen (53 procent) een partner uit Marokko.

Voor het overige schotelt Jurgens alle bekende verhalen voor: van hoofddoekjes en maagdenvlieshersteloperaties tot spookvaders met kapotte ruggen en machteloze analfabete vrouwen. Als lezer valt het daarbij vooral op dat je in deze tijden geen ‘professional’ of ‘deskundige’ hoeft te zijn om de ins en outs van het probleem met een groep doelloos rondhangende en stelende Marokkanen te kennen. Iedereen die de filmkomedie Shouf shouf habibi! heeft gezien – geen grap – zal in Het Marokkanendrama niets nieuws lezen. Ik moet toegeven dat de achterflap al waarschuwde dat het hier om non-fictie voor lezers gaat die graag voortdurend dezelfde onrusttijdingen lezen. ‘In de grote steden spreken beleidsmakers al van het “Marokkanenprobleem�.’

Al? Je moet je hoofd de afgelopen jaren wel in het zand hebben gestoken om niet te weten dat beleidsmakers sinds jaren een dergelijk probleem waarnemen. Het is niet nieuw, en het probleem neemt ook niet toe, zoals Joost Zwagerman vorige week nog in NRC Handelsblad beweerde. Weliswaar heeft Zwagerman volgens de politie ongelijk, zijn perceptie van een hand over hand toenemend probleem maakt het onmogelijk te ontkennen dat Nederland kampt met een Marokkanenprobleem.

Maar erger dan het gebrek aan nieuwe inzichten zijn de tegenstrijdigheden in Het Marokkanendrama. Opvallend genoeg is daar vooralsnog niets over gezegd. Alsof niemand die zich in de dagen na verschijning over het boekje opwond de moeite had genomen het ook daadwerkelijk te lezen. Nog maar eens Zwagerman in NRC Handelsblad. Hij schrijft: ‘Toch stond de linksistische Keuringsdienst van waren onmiddellijk op de achterste benen vanwege haar boek.’ Ook hekelt Zwagerman – het begint bijna ouderwets te klinken – de ‘dat-mag-je-niet-zeggen-brigade’ vanwege de kritiek op de titel en op Jurgens’ vermeende zucht tot generaliseren: ‘Je hoeft maar een klein deel van het boek te zien om direct te zien dat Jurgens nergens generaliseert.’

Jurgens generaliseert inderdaad niet. En ook over zo’n titel moet je niet zeuren. Tegelijk is duidelijk dat Zwagerman zelf ook niet meer dan een ‘klein deel van het boek’ heeft gezien. Anders had de schrijver wel tot tien geteld alvorens hij een standaardriedel over ‘oud links’ en politieke correctheid had afgestoken.

Neem die tegenstrijdigheden in het boek. Zo beweert Jurgens dat het de schuld van de islam is dat vrouwen in Marokkaanse gezinnen klein worden gehouden, vooral in Nederland. Maar nog geen bladzijde later weten Marokkaanse mannen in Nederland, zo schrijft Jurgens, helemaal niet wat de islam inhoudt en leven ze er geenszins naar. Nog een? Jurgens laat met cijfers zien dat de oorspronkelijke gastarbeiders (zij die voor 1973 naar Nederland kwamen) wel degelijk zijn teruggekeerd naar Marokko. Tegelijk beweert ze met enig aplomb dat het een illusie is te denken dat Marokkanen ooit terugkeren naar hun land. Nog weer enkele bladzijden later citeert ze een jonge vrouw – Marokkaanse vrouwen heeft ze wel gesproken voor haar boek over Marokkaanse mannen – die beweert dat het leven in Marokko zoveel prettiger is dan in Nederland.

En nog een. Jurgens schetst in een gruwelijke anekdote hoe moeilijk, zo niet onmogelijk het is voor een Marokkaanse vrouw om haar man het huis uit te krijgen. De hele buurt spant samen tegen zo’n vrouw. Een paar bladzijden later schrijft ze dat het aantal eenoudergezinnen juist onder Marokkanen enorm hoog is, wat natuurlijk niet bevorderlijk is, suggereert ze, voor het maatschappelijk welslagen van de knulletjes.

In één hoofdstuk is de islam schuldig aan het drama. Het woord is dan aan deskundige Ayaan Hirsi Ali. Daarna mogen culturele factoren niet worden aangewezen ter verklaring van criminineel gedrag. Criminaliteit is volgens Jurgens namelijk ‘in sommige gevallen een bewuste en lucratieve keuze’. Dat is waarschijnlijk juist – en overigens niet zo’n baanbrekende gedachte als ze zelf denkt. Maar waarom dit in mindere mate geldt voor autochtone jongens dan voor Marokkaanse – Jurgens’ oorspronkelijke onderzoeksvraag – blijft onduidelijk. De Marokkaanse boefjes ‘weten haarfijn de Nederlandse tolerantie in hun voordeel aan te wenden’.

Ergo: Nederland is te tolerant en lijdt aan te veel ‘ontfermzucht’, zoals Jurgens dat noemt. Tegelijk zijn de Marokkaanse gezinnen te autoritair en ouderwets. Sommige van die gezinnen krijgen, schrijft ze, te veel zachte heelmeesters over de vloer. Andere hebben, o schande, ‘nog nooit een hulpverlener aan de deur gehad’.

Het is niet goed of het deugt niet. In hetzelfde hoofdstuk komt ze zelfs tot de opmerking dat de nieuwe (sic) Marokkaanse onderklasse ‘in omvang vele malen groter is’ dan ‘de arbeidskinderen van weleer’. Hallo? Die minder dan tweehonderdduizend Marokkanen zijn in aantal groter dan de arbeiders uit de jaren twintig?

Eigenlijk is het bizar dat een dergelijke opmerking in druk verschijnt. Met dank aan uitgeverij Meulenhoff en de collectieve middelen van de Politieacademie. Toch is het niets in vergelijking met de fundamentele tegenstrijdigheid in het boek. Volgens de proloog is het prachtig dat professionals ‘in de praktijk al lang rekening houden met de culturele achtergrond van hun cliëntjes’, terwijl Marokkanen in de epiloog juist op hun eigen verantwoordelijkheid moeten worden aangesproken. Geen smoesjes meer. ‘Het is tijd de fluwelen handschoentjes uit te trekken.’ En eigenlijk is het ‘simpel’, schrijft ze in de allerlaatste regel van het boek, gewoon ‘op het juiste moment de juiste keuze maken’.

Het is de lezer in de epiloog al lang duidelijk dat de auteur alleen op zoek was naar brisante quotes die, hoe tegenstrijdig ook, in haar ogen de conclusie rechtvaardigen dat Nederland tot op de dag van vandaag te soft is geweest voor de Marokkaanse lastpakken, dat hulpverleners moeten ophouden zich blind te staren op de culturele achtergronden van hun cliënten en gewoon moeten streven naar een lik-op-stuk-beleid. De problemen liggen namelijk aan de Marokkanen zelf, niet aan hun maatschappelijke omstandigheden.


Dat is een opvatting waar vast veel waarheid in schuilt en die ze zelf al vaker propageerde in HP/De Tijd. Maar daarvoor zijn die tegenstrijdigheden niet nodig, noch de ex-leraar die, ‘terwijl hij in zijn koffie roert’, beweert dat er op zijn school, het Calvijn met Junior College in Amsterdam Slotervaart, wel Suikerfeest wordt gevierd maar geen Kerstmis. Valt dan niemand over zo’n opmerking? Alsof kinderen met kerst gewoon naar school gaan. Nergens geeft Jurgens er blijk van te beseffen dat de leraar uit zijn nek kletst, integendeel, de man is voor haar een van de belangrijkste van de ‘meer dan 66’ deskundigen.

 

Dit is geen boekbespreking. Want er staat meer op het spel nu journalisten onderzoekjes verrichten, zelfs met overheidsgeld, in een poging hun vooropgezette mening bevestigd te zien. Het Marokkanendrama is exemplarisch voor een ontwikkeling waarbij, niet ongewoon, de wind van west naar oost waait. In de Verenigde Staten werd het de afgelopen twee decennia gewoon dat openlijk partijdige onderzoeksbureaus en denktanks met onderzoeksrapporten op de proppen komen die het eigen gelijk een wetenschappelijke aura verlenen.

Het neoconservatieve American Enterprise Institute komt bijvoorbeeld met ‘bewijzen’ dat uitkeringen slechts meer armoede uitlokken. Het linkse Center for American Progress ‘bewijst’ op zijn beurt dat vrij wapenbezit tot meer moorden leidt en dat de Amerikaanse overheid een ziekteverzekering voor iedereen kan garanderen.

Het gevolg van de openlijk vooringenomen onderzoekers – net als Jurgens vaak journalisten – is dat niemand zich meer laat overtuigen. In de VS verloren de media hierdoor in rap tempo hun positie van gebrekkige scheidsrechter met goede intenties. Uit onderzoek blijkt dat inmiddels een grote meerderheid van op de Democraten stemmende Amerikanen ervan overtuigd is dat ‘de media’ rechts zijn, terwijl het overgrote deel van Republikeins stemmende Amerikanen zeker weet dat ‘de media’ links zijn.

Fleur Jurgens is dus een pionier in Nederland. Niet alleen dit boek, ook haar werk in de afgelopen jaren als redactrice van HP/De Tijd draait niet om geloofwaardigheid, maar om de bevestiging van een meestal modieus gelijk. Daarbij dondert het niet hoe openlijk de onwaarachtigheid is. Zelfs in de week dat haar boek verscheen was het raak. In het coverartikel van HP/De Tijd schreef ze het artikel Ik ben een burgertrut. Daarin dicht ze zichzelf frêle onderdanigheid toe en een star plichtsgevoel, waar ze naar eigen zeggen jarenlang belachelijk om is gemaakt. Ze verklapt niet door wie. ‘Mensen noemen mij saai.’ En: ‘Ik heb niet overal een mening over.’ ‘Evenmin doe ik bijzonder spannende dingen waarover ik breedvoerig moet vertellen. Bescheiden als ik ben, laat ik eerst anderen aan het woord. Ik treed niet graag op de voorgrond.’

Dat is sterk! De afgelopen twee weken vertelde Jurgens overal – op radio, tv en in debatcentra – over haar onderzoek. Ze sprak met ‘meer dan 66 deskundigen’, klom op een podium en verklaarde dat Marokkanen de hand in eigen boezem moeten steken, omdat het drama is te danken aan Hollandse ‘ontfermzucht’. Dat is een gepeperde mening, zeker, en dat is te prijzen, maar niet geloofwaardig als je in dezelfde week met een even verongelijkte als quasi-dappere toon beweert een bescheiden burgertrut zonder mening te zijn. Jurgens is zo bescheiden dat ze zichzelf met kinderen en al (zelfs die laat ze er niet buiten) op het omslag van het weekblad laat zetten. Ook in het artikel staat ze koket op vier foto’s. Typisch een vrouw die niet graag op de voorgrond staat.

Toch blijkt ze in één opzicht volkomen consistent. Schrijfster Marjolijn Februari wees er al op in de Volkskrant: Jurgens hanteert steevast eenzelfde, tegenwoordig bijzonder populaire retorische stijlfiguur. Iedereen zegt wel B, maar ik zeg A, terwijl maar weinig zielen A betwisten. Neem een modieus standpunt in – Marokkanen moeten niet zielig doen en feministen zijn enge wijven – en vervolgens beweer je dapper genoeg te zijn om het te zeggen, tegen de stroom in. In het boekje zijn Marokkaanse gezinnen te autoritair (dappere stellingname!) terwijl Jurgens in HP/De Tijd veinst eindelijk eens op te durven staan tegen de Dolle Mina’s (wie kent ze nog?) die haar hebben gepest met haar liefde voor het gezin. Dat laatste is stug, aangezien de Dolle Mina’s al waren verdwenen toen Jurgens’ kinderen nog niet waren geboren. Soit, dat is in de oase van onwaarachtigheid een kleinigheid. Het gaat om de redeneertruc, die op steeds minder tegenstand kan rekenen.

Natuurlijk, er is weinig mis met een burgertrut. Ik gun iedere burgertrut haar ‘hachouma’, volgens Jurgens de Marokkaanse term voor schaamte, respect, gehoorzaamheid, bescheidenheid, afstand houden en rekening houden met je plek in het gezin en volgens velen een bron van veel kwaad. Maar om in een week twee zulke tegenstrijdige pamfletten te schrijven, dat tart de verbeelding. Erger, het openlijke gebrek aan intellectuele integriteit van Jurgens schaadt de beroepseer van de journalistiek en uiteindelijk het vertrouwen in de journalistiek. Net als die harde kern jongeren pleegt Jurgens tasjesroof. Want er zijn nog belastingcenten met haar onderzoekje gemoeid ook.
....................................................................................................................................................
Op de eerste bladzijden van haar boek Het Marokkanendrama vermeldt auteur Fleur Jurgens dat de ‘harde kern’ van criminele Marokkaanse jongeren in Amsterdam is ‘teruggeschroefd’ van elfhonderd naar driehonderd. Dit komt, schrijft ze, door een ‘categorale methode’, waarbij de politie een ‘aanpak op maat’ hanteert. Daarbij wordt rekening gehouden ‘met de culturele achtergrond’ van de boefjes. Een dergelijke afname is een spectaculair succes. Harde-kernjongeren zijn jongemannen die in één jaar tijd meer dan drie zware delicten hebben gepleegd. Hun aantal is dus in drie jaar tijd met meer dan zeventig procent verminderd.

Je vraagt je af waarom Jurgens dit cijfer in haar boek vermeldt als het haar conclusie zo zichtbaar ondergraaft.

Uit de Groene Amsterdammer.

12
Films / Marokkaanse docufilm: "El Ejido"
« on: 20/04/2007 om 17:29:32 »
Dit lijkt me een boeiende film. Hoe de vrije markt een hel kan worden voor vrije mensen.....

" Een derde van de huidige Europese fruit-en groententeelt die wij tijdens de wintermaanden gretig verorberen, is afkomstig uit het zuiden van Spanje. In de provincie Almeria worden duizenden illegalen uitgebuit. Ze hebben geen papieren, krijgen slechts een hongerloontje en werken in vaak erbarmelijke, zelfs schrijnende omstandigheden. "



" De anders verlaten Spaanse streek Almeria maakte een heus economisch mirakel mee dankzij de uitbating van gigantische serres die Europa tijdens de winter voorzien van fruit en groenten. Deze voorspoed werd mogelijk door het werk van bijna 80.000 migranten, waarvan bijna de helft zonder papieren, veelal afkomstig uit Marokko.

Het rijke dorp El Ejido is het perfecte voorbeeld, tot het karikaturale toe, van de onmenselijke exploitatie van deze migranten, voor wie het hemelse Europa een eindeloze hel is geworden. Jawad Rahib, de Belgische regisseur van Marokkaanse oorsprong, heeft de dagdagelijse levensomstandigheden gefilmd van Moussaid, Driss en Djibril, moderne slaven die in ellendige omstandigheden leven, verborgen en gemarginaliseerd door hen die ze rijk maken. Nu eens onschuldig, dan weer gewelddadig (het woordgebruik van de inwoners tegenover de migranten is openlijk racistisch en vernederend) is deze documentaire een onthutsende getuigenis van mensen die verpletterd werden door hun blinde zoektocht naar winst en een oproep tot verantwoord consumptiegedrag. "

http://www.cinenews.be/Critics.Detail.cfm?ContentsID=6338&lang=nl

Pages: 1