Pages Menu
TwitterRssFacebook
Categories Menu

Posted by on Jan 10, 2011 in Uncategorized | 0 comments

Ben Ali: een legale boef

De Tunesische president is met zijn Leila naar de big brothers, de Saoediërs,  gevlucht. Bij de broeders kunnen ze nu eindelijk alle zonden opbiechten die ze in Tunesië zijn begaan. Ze gaan naar alle waarschijnlijkheid bidden voor Tunesië die ze brandend achterlieten, maar één ding is zeker: de legale boef komt niet meer terug. Hij wil zijn tijd aan zijn gezin besteden, waar hij voorheen geen tijd voor had omdat hij voortdurend aan het plunderen was. Ben Ali hoeft  in Saoedi-Arabië geen uikering aan te vragen, want Leila heeft 1500 ton aan goud bij zich. Monsieur Ben Ali zelf heeft honderden kilo’s aan bankbiljetten, hij had kennelijk genoeg tijd om zijn rijkdommen naar het buitenland te smokkelen. Dat hij  door de Tunesische justitie vervolgd zou worden is mijn inziens niet mogelijk. Wat zou de beschuldiging zijn? Dat hij zijn volk jarenlang heeft onderdrukt? Dat zou kunnen, maar het volk heeft daar indirect mee ingestemd. Dat hij de Tunesische economie in handen heeft geplaatst van zijn clan en familieleden? Dat zou ook kunnen, maar dat is volgens de Arabische islamitische maatstaffen geen misdaad. Of misschien dat hij de rijkdommen van de Tunesiërs heeft geplunderd?  Zelfs dat zou kunnen, maar hij is wat betreft helaas geen uitzondering. Monsieur le president is gewoon een legale boef. Dit klinkt paradoxaal, want een boef is een boef en een boef kan niet legaal of illegaal zijn. Toch vind ik hem een legale boef, een traditiegetrouwe boef zelfs, een boef die trouw is aan de Arabische islamitische traditie. Toen ik op tv hoorde dat hij waarschijnlijk vervolgd zou worden, ging ik met mijn gedachten even door de islamitische geschiedenis heen. Zou  Monsieur le president veel afwijken van wat de meerderheid van moslimleiders, verleden en heden, deden/doen? Gevoelsmatig had ik al een antwoord op deze vraag: Ben Ali is geen uitzondering. Maar omdat gevoelens niet altijd betrouwbaar zijn, deed ik beroep op mijn vriend Al Massudi. Hij kent de islamitische geschiedenis als zijn broekzak. Al Massudi moest in eerste instantie lachen toen ik hem de vraag stelde, hij vond mij zeer naïef.  Hij zei vervolgens: ik vertel je hoe het bij de eerste leiders was en je moet zelf weten wat je met mijn verhaal kunt doen. Mijn verhaal volgend, zei hij: “Na de dood van de profeet gingen moslims onderling ruziën over het leiderschap nadat hun dierbare leider was verdwenen. Aboe Bakr, de tweede man van de islam, werd in dubieuze omstandigheden benoemd terwijl het lijk van de profeet nog in de hut van Aisha lag. Een paar jaren later heeft Aboe Bakr zijn vriend Omar tot opvolger benoemd. Omar heeft voor zijn dood zes mannen gevraagd om iemand uit hun midden aan te wijzen en tot opvolger te benoemen. Othman ibn Affaan werd opvolger na Omar”. Al Massudi opent hier een hakje en zegt: “Je hoeft mij verder niet te vragen waarom Othman het werd en niet Ali, de neef en de schoonzoon van de profeet”

Mijn vriend gaat verder: “ Aboe Bakr en Omar zorgden voor de uitbreiding van de islamdomeinen, ze hebben ervoor gezorgd dat de Oemma rijker werd. Op de dag dat Othman vermoord werd, bestond zijn vermogen uit honderdduizend dinar en een miljoen dirham (goud en zilver munten). Zijn landerijen werden bovendien getaxeerd op honderdduizend dinar, naast  veel paarden en  kamelen. Al Zobair ibn Awwaam, bezat veel huizen in Irak en Egypte, paarden en kamelen en ongeveer vijftigduizend dinar contant. Talha ibn Oebaydallah al Taymi had bezittingen in Irak en een inkomen van ongeveer duizend dinar per dag. Hij had ook bezittingen in andere regio’s. Abd  Arrahmaan  ibn Awf bezat honderd paarden, duizend kamelen en tienduizend schapen. Zayd ibn Thabit liet  staven goud en zilver achter, onroerend goed en landerijen ter waarde van honderdduizend dinar. Ya’la ibn Munya had ongeveer half miljoen dinar en andere bezittingen ter waarde van driehonderdduizend dinar”. Al Massudi weet de details van het onderwerp dat mij bezig houdt, hij was bereid om meer te vertellen, maar ik vroeg hem om het hierbij te houden. Zijn kort verhaal was opluchtend, want zijn informatie stelt mij in staat om mijn mening over Ben Ali te verdedigen. Ik mag nu zeggen dat hij een legale boef is, precies zoals de leiders van de vroege en de late islam. De leiders van de vroege islam mochten hun handen ook in de gemeenschappelijke schatkist  steken. Het was gebruikelijk dat een leider een legale boef mocht zijn. Vervolgens werd dit verschijnsel een vaste traditie in de Arabaische islamitische wereld. Ik wil liever niet praten over de moderne moslimleiders, vorsten en presidenten. Ik wil alleen iedereen die mijn mening betwist adviseren om een klein onderzoek te doen naar de buitenlandse rekeningen van de leiders van de moderne Arabische en moslimlanden. Na de dood van de Marokkaanse koning Hassan II vroeg de leider van de islamitische beweging Rechtvaardigheid en Liefdadigheid de huidige koning om het fortuin van zijn vader aan het Marokkaanse volk terug te geven. De leider van de islamisten vroeg het, ik vraag niets. Ik zeg alleen dat monsieur le president een legale boef is. Walging top 100.

Facebook

Twitter