Pages Menu
TwitterRssFacebook
Categories Menu

Posted by on May 31, 2010 in Marokko | 0 comments

Marokko en zijn migranten

Eind jaren zestig kwam de Marokkaanse staat  er achter dat de aanwezigheid van Marokkaanse migranten in het buitenland zeer relevant voor de Marokkaanse economie kan zijn. Tegelijkertijd zag de staat het gevaar van geïmmigreerde linkse groeperingen die zeer actief waren, met name in West-Europese landen. Om controle te houden op de geïmmigreerde Marokkanen, creëerde de staat in de jaren zeventig de zogenaamde Federatie van de Marokkaanse Arbeiders en Ondernemers in het Buitenland, beter bekend als Amicalen. Deze federatie werd gecreëerd door middel van een koninklijk decreet. De statuten van de federatie praatten over alles behalve de belangen van de Marokkanen in de landen waar ze verblijven. Het enige doel van de federatie was de integratie van de Marokkanen in deze landen tegen te gaan, zodat zij altijd Marokkanen zouden blijven. Dit was niet uit nationalistische overwegingen, het was meer uit vrees dat de valutabronnen ooit op zouden houden. De revenuen van de Marokkaanse migranten in het buitenland is voor de Marokkaanse economie nog steeds onmisbaar en de Marokkaanse economen zelf voorspellen een grote crisis wanneer de migranten stoppen met de overmakingen van geld en ook met het doorbrengen van hun vakantie in Marokko. De Marokkaanse strategen hebben de staat geadviseerd om een orgaan te creëren die ervoor zou zorgen dat de migranten altijd loyaal en trouw aan hun moederland zouden blijven. De Federatie is dus uit deze overweging ontstaan. De benoeming van haar leiders werd altijd in Rabat geregeld, later is gebleken dat deze leiders geen of weinig banden hadden met de gemeenschap. De leiders van de federatie waren louter geselecteerd op grond van hun bereidheid tot het collaboreren met de staat als handlangers in het buitenland. Om deze reden was het moeilijk voor deze leiders om controle te houden op de gemeenschap, want de gemeenschap heeft meteen afstand genomen van dit verdachte orgaan. Om deze situatie te overbruggen gaf de Marokkaanse staat macht om mensen te onderwerpen aan het beleid van Marokko. Op deze manier konden de aanhangers van de Amicalen mensen intimideren en bang maken, heel veel migranten moesten in Marokko tijdens hun vakanties vastzitten. Aan de andere kant was er handel in drugsgeld. Heel veel leiders en aanhangers van de Federatie handelden in drugs, met medeweten en soms met bescherming van de Marokkaanse autoriteiten. Op een gegeven moment was het lidmaatschap van deze federatie een prestige geworden. Je hoeft alleen maar de loyaliteit aan het regime aan te tonen en je krijgt een soort carte blanche.

Deze federatie heeft in de jaren zeventig en tachtig grote schade aangericht. De intimidatietechnieken, aangeraden en aangemoedigd door het ministerie van Buitenlandse Zaken in Rabat, hebben de Nederlandse Marokkanen veranderd in burgers zonder persoonlijkheid. In Nederland mochten ze niet integreren, want ze moesten Marokkanen blijven, en in Marokko mogen ze slechts geld uitgeven en verder de kaken op elkaar houden. Het is bekend dat de Marokkaanse koning Hassan II de deelname van Marokkanen aan de verkiezingen in Nederland officieel heeft verboden, de Federatie moest het naleven van dit verbod controleren. Marokkanen die ervoor gekozen hebben om toch deel te nemen aan deze verkiezingen werden door de leden van de federatie geterroriseerd.

Begin jaren negentig begon de federatie langzamerhand in te storten. Haar leden kwamen in alle Europese landen in opspraak wegens hun betrokkenheid bij de drugshandel. Het orgaan werd door allerlei schandalen verlamd en het was voor de Marokkaanse staat tijd om een alternatief te bedenken. Waarschijnlijk hebben de Marokkaanse autoriteiten zelf bijgedragen aan het ontmantelen van het orgaan. Begin jaren negentig werd een ministerie voor migranten in het leven geroepen. Dit ministerie is niet alleen gecreëerd om de banden met de Marokkaanse migranten in het buitenland te versterken, maar ook om een strenge controle op deze Marokkanen te kunnen uitvoeren. De toenmalige minister heeft in het begin een aantal bezoeken gebracht aan sommige landen waar de Marokkanen verbleven, daarna leek het net alsof zijn missie voltooid was. Vanuit Rabat kon het ministerie, via handlangers, zich negatief met de integratie van de Marokkanen bemoeien. Dit ministerie was a la marocaine. De minister had een klein kantoor gevestigd in het gebouw van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en verder geen infrastructuur. De taak van het ministerie was van het begin af onduidelijk, men had het altijd over de behartiging van de belangen van de Marokkaanse migranten. Maar deze belangen werden nooit gedefinieerd. In de sporadische bijeenkomsten met de zogenaamde vertegenwoordigers van de Marokkaanse gemeenschap, kwamen vaak dezelfde ”belangen” aan de orde:

  • Administratieve belemmeringen in Marokko;
  • De gescheiden vrouwen die het land niet in mogen omdat de Marokkaanse wet de Nederlandse scheiding niet erkent;
  • De problemen bij de douane tijdens de vakantie;
  • En de hoge tarieven die gevoerd werden in het beleid van Royal Air Maroc.

Ironisch genoeg bestaan deze problemen nog steeds, ze zijn niet opgelost en dit bewijst dat het ministerie overbodig was. Voor de kenners van de Marokkaanse politiek is het geen geheim dat de creatie van het ministerie niet bedoeld was om de problemen van de migranten op te lossen, of hun belangen te behartigen. Het ministerie moest de banden tussen de Marokkanen van de diaspora en hun vaderland versterken. Dit was op zich een grote missie, zelfs te groot voor een “ministerie” waarvan de infrastructuur verlamd was.

In 1994 is dit ministerie opgeheven. Vier jaar later kwam het toenmalige kabinet, onder leiding van de socialisten, weer met een minister voor migratiezaken. Maar het ministerie was, zelfs met de socialisten, nog altijd fysiek verlamd: geen duidelijke bevoegdheden en geen middelen. Het werk dat dit ministerie zou verrichten, heeft koning Hassan II toegewezen aan een stichting die zijn naam nog steeds draagt: stichting Hassan II voor de in het buitenland verblijvende Marokkanen. Deze stichting is zeer actief, ze opereert in het veld en ze onderhoudt goede contacten met de Marokkanen van de diaspora. Samen met de stichting Mohamed V zorgt deze stichting bijvoorbeeld jaarlijks voor de “orde” bij de douanes tijdens de zomervakantie. De stichting organiseert ook kampen tijdens de vakantie voor Marokkaanse kinderen, ze laat wetenschappelijke onderzoeken doen naar de migratieproblemen, ze organiseert verschillende bijeenkomsten, ze helpt de investeerders die in Marokko willen investeren…enz. De Marokkanen van de diaspora kennen deze stichting beter dan het ministerie van migratiezaken. Dit komt door de regelmatige aanwezigheid van de stichting in het veld. Brochures en flyers van de stichting zijn overal te vinden, terwijl het ministerie weinig “sporen” achterlaat.

De Federatie van Marokkaanse Arbeiders en Ondernemers, het Ministerie van Migratiezaken, de Stichting Hassan II voor de Marokkanen in het Buitenland….., en uiteindelijk een Hoge Raad voor Marokkaanse Migranten die in 2007 door koning Mohamed VI is gesticht. Alle vier instanties beweren dat ze voor de belangen van de Marokkanen van de diaspora opkomen, maar geen een van hen geeft een definitie voor deze “belangen”. Van wat voor belangen is er eigenlijk sprake, als men zijn leven in het buitenland doorbrengt?

Het feitelijke doel van alle deze instanties, van de Federatie tot de Raad, is het “her-Marokkaniseren” van de Marokkanen van de diaspora. De nachtmerrie die al jarenlang speelt is altijd dezelfde: de nieuwe generatie Marokkanen hebben weinig banden met hun vaderland en dit zal een stop zetten op de geldstroom. De jonge Marokkaanse Nederlanders brengen hun vakantie bijvoorbeeld door in Griekenland of de Antillen. Dit baart grote zorgen bij de Marokkaanse staat. Deze jongeren moeten weten dat Marokko het land van hun ouders is en dat ze hun vakantie in dat land dienen door te brengen. Dit is de taak van zowel het ministerie voor Migratiezaken als de Hoge Raad voor de Marokkaanse Migranten.

Marokko onder leiding van koning Mohamed VI vernieuwt zijn infrastructuur. De vader regeerde samen met de rechtse krachten van het land, de zoon doet het met de linkse krachten. Als het om het migratiebeleid gaat, dan kan men een duidelijk onderscheid maken. De vader koos in de jaren zestig om een federatie te creëren waarbij alleen drugsbaronnen waren aangesloten, de zoon kiest voor een Hoge Raad, met militanten die ooit “vijanden” van het regime waren. Maar er blijft één simpele, onbeantwoorde vraag bestaan: waarom vier instanties met hetzelfde doel?

Mei 2008

Bron: http://mustafa-aarab.net/2010/04/marokko-en-zijn-migranten/

Facebook

Twitter