Pages Menu
TwitterRssFacebook
Categories Menu

Posted by on May 31, 2010 in Marokko | 0 comments

De spaanse Moors, een antecedent

Dit artikel van Rodrigo de Zayas verscheen zes jaar geleden in Manère de voir. De Zayas beoordeelt de hedendaagse Europese context, indirect, aan de hand van wat er in de geschiedenis is gebeurd. Het betoog, de standpunten en de politieke terminologie van de rechtse politici in het moderne Europa, vormen geen abnormale afwijking binnen de westerse democratie zoals velen denken. De spaanse “zuiveraars” van de zestiende eeuw, zijn voorouders van de nieuwe “zuiveraars”in onze tijden.

Sir Richard Fox Vassal, de tweede lord Holland (1773-1840), was een Engelsman, beroemd en rijk. Maar dat alles heeft hem een aantal gezondheidsmankementen niet kunnen besparen. Zijn arts heeft hem in 1802 aangeraden om naar een droog en gezond klimaat te emigreren. Sir Richard zag direct Madrid als dé geschikte stad waar hij zijn leven zou continueren. Hij heeft zich vervolgens in de stad, met ziel en hart, geïnstalleerd. Binnen twee jaar heeft de jonge lord de Spaanse taal geleerd en begon zich bezig te houden met het inzamelen van manuscripten voor het Holland House, het indrukwekkende huis in Londen. In 1804 kocht hij een bundel manuscripten van een zeker Don Isidoro de Olmo. Met deze transactie stelde Sir Richard de geboorteakte op van de eerste racistische staat in de geschiedenis.

De intellectuele en intelligente lord Holland was niet hellemaal bewust van de inhoud van zijn bundel. Op de kaft schreef hij: “Papieren, memories, beschrijvingen en correspondenties gedateerd van 1542 tot 1610 inzake de Spaanse moors”. “Sommige van deze manuscripten, zegt hij, zijn kopieën, anderen zijn origineel. Onder de originele manuscripten bevinden zich een aantal brieven van Gonzalo Pérez aan Philippe II, met marginale notities die antwoorden van deze vorst vormen”.

Op 21 november 1989 zijn deze documenten in Londen geveild, tegenwoordig zijn ze te vinden in mijn archief in Séville, onder de generieke titel “collectie Holland”. De grondige bestudering van deze documenten ontmaskert de teneur van een debat binnen de hoogste instantie van de Spaanse staat m.b.t. de Spaanse islamitische minderheid, die met dwang tot het katholicisme werd bekeerd. Moor betekent precies: “tot het katholicisme bekeerde Spaanse moslim”. Het sociale en politieke probleem dat er door deze minderheid was, was hetzelfde probleem als van alle minderheden: een door de meerderheid slecht getolereerde diversiteit.

In eerste instantie is dat religieuze diversiteit, want de Moors zijn feitelijk moslims gebleven. Daarnaast, taalkundige en sociale diversiteit, want de Moors wilden hun taal (Arabisch), hun tradities en hygiënische rituelen (ze eten geen varkenvlees en ze wassen altijd handen voor het eten, hetgeen slecht getolereerd werd door de christenen van toen), evenals hun feesten behouden. Bovendien werden ze gezien als “handlangers van de externe vijand”, d.w.z. als bondgenoten van het Ottomaanse rijk. De diversiteit van de Moors maakte van hen “een gevaar voor het christelijke Republiek”.

Spanje heeft, sinds het ontstaan van de inquisitie als integraal onderdeel van de staat (1481-1483) door de katholieke vorsten, een unitaire religieuze identiteit. Dit betekent dat er in Spanje een “Moors-kwestie” is die, door talloze aspecten, doet denken aan de “Joodse kwestie” van de jaren 1930 en 1940.

Het belang van de Collectie Holland is het feit dat haar documenten getuige zijn van de verandering van een sektarische staat waarin de kryptonreligieuze minderheid kansen had om zich te integreren. Een racistische staat waarin deze minderheid doelwit was van institutionele onderdrukking die alle religieuze overwegingen overstijgt.

De eerste stap richting de racistische staat was bescheiden en, in ieder geval, ouder dan het oudste document in de Collectie Holland: in 1535 vroeg het hoofd van het kathedrale van Gortoba aan de paus Paul III om een wet aan te nemen zodat alleen de dragers van de zogenaamde “zuiver bloed”, in aanmerking mochten komen voor een functie binnen het kathedrale. De paus heeft het verzoek afgewezen. Vervolgens heeft het kathedrale zich tot de keizer Charles Quint gewend. De keizer vond het idee goed en liet meteen druk uitoefenen op de paus zodat het idee over het hele land geïmplementeerd werd. Paus Paul moest zich onderwerpen: elke persoon die in aanmerking wilde komen voor een belangrijke functie in Spanje, moest aantonen dat hij geen jood of moslim in de familie heeft gehad gedurende de laatste vier generaties. Dit reglement, die een wet is geworden, is pas op 13 mei 1865  officieel geïmplementeerd.

Wat bijvoorbeeld de joden betreft, bekeerd of marranen, heeft de Spaanse staat als argument gebruikt het feit dat er een “conflict bestond tussen de nationale identiteit en een joodse cultuur die niet te assimileren is” en “ in het licht van dit idee, een jood is iedereen die manifesteert, door duidelijke symbolen of door … (-) de aanwezigheid van de joodse identiteit”.

De Joodse of Islamitische identiteit, het maakte niet uit, want het ging altijd om hetzelfde probleem. De hierboven geciteerde uitspraken zijn van de Franse Xavier Vallat, gepubliceerd in zijn Memories na 1945. Maar bij Vallat waren de eisen minder hard in vergelijking met zijn Spaanse voorgangers. Voor hem, is een “goede Franse” iemand die minstens twee voorouders heeft die niet joods zijn.

Wij hebben gezien dat er van “bloedzuiverheid” in Spanje van voor 1865, pas sprake was na vier niet besmette generaties. Het is dan frappant om te constateren dat er sprake is van continuïteit van onveranderde begrippen. Xavier Vallat was een goede katholiek die, in ieder geval, buiten twijfels stond dat hij onder de invloed van de Nazi’s was. Dit was duidelijk te merken tijdens zijn berechting door de justitiële Hoge Raad in 1947. Hij kreeg toen ondersteuning van een joodse arts, Gaston Nora.

Mogen we spreken over het “racisme van de staat”in de tijden van Charles Qint? Nee, want de verplichting om de bloedzuiverheid te bewijzen had nog geen andere definitie dan de religieuze. Joden of moslims waren degenen die het jodendom en de islam praktiseerden. Wij kunnen hier het argument aanvoeren dat religie niet genetisch wordt overgedragen, maar wij hebben hier slechts te maken met confusie of een oordeelfout, een soort beweging van het staatssektarisme, ingesteld door de katholieke vorsten.

Toch een significante beweging: de documenten van de Collectie Holland, gedateerd van de tijden van Philippe II, introduceren een nieuwe definitie van de Moorse minderheid. Vanaf dat moment ging het om een “natie”. Wat is een “natie” in Spanje van de zestiende eeuw? Grosso modo, elke gemeenschap die van de rest duidelijk verschilt, kan een “natie”zijn. Zo bestaan er bijvoorbeeld veel gevallen van goede Spaanse katholieken gedefinieerd als leden van de “Moorse natie”.

De “bloedzuiverheid”werd omhoog getrokken tot een nieuw collectief criterium dat niet meer en niet minder dan de definitie van een jood als lid van een “race” was. Sindsdien waren de hoge instantie van het land –de Hoge Raad voor de Inquisitie, de Raad van Staat,de Raad van Schatkist, Generale Staten van Castille en Aragon – altijd van mening dat er een einde moest komen aan de “Moorse natie”.

De meningen zijn verdeeld in drie belangrijke graden van deze staatseliminatie: de pure genocide, de massale deportatie en de gedwongen en gecontroleerde assimilatie. Toch is het nog voorbarig om over ”racisme van de staat” te spreken, want er was nog geen Spaanse wet die de aanwezigheid van een minderheid op het Spaanse grondgebied verbiedt, ook als die gedefinieerd is als “natie”.

Drie documenten van de Collectie Holland praten expliciet over genocide, door wurging voor dwangarbeid in de Amerikaanse mijnen waar de Moors helemaal geen kans maken om zich voort te planten. Deze oplossing werd systematisch afgewezen door de katholieke vorsten. De andere twee suggesties werden geïmplementeerd:

Philippe II toonde altijd zijn voorkeur voor de assimilatie, terwijl Philippe III (1598-1621) voor de deportatie koos, net als Philippe Pétain en Xavier Vallat.

De economische overwegingen zijn in beide opties niet afwezig. Voor Philippe II die voor de assimilatie pleitte, waren de door de Moors betaalde belastingen zeer belangrijk. Iedereen mocht van deze belastingen profiteren: de staat, de kerk, en de grote lords die de essentie van seculaire ministeries van de staat waren.

Philippe II is een voorzichtige realist en vorst, hij houdt rekening met de druk van de lords van wie de belangen anders zijn dan die van de inquisitie. Hij past zich aan en creëert commissies, hij wint tijd. De Moors betalen. Wanneer ze in opstand komen (1568-1571) in het oude koninkrijk van Granada, worden ze verslagen en verbannen naar bepaalde regio’s van Spanje. Zij zijn er en ze betalen nog, iets minder, want de wolproductie verdwijnt in Granada.

Voor Philippe III ziet de situatie er totaal anders uit. Deze vorst heeft noch de intelligentie noch de gedrevenheid van zijn vader. Hij zet de macht in handen van een vriend, de markies van Denia, een Vallenciaan die hertog van Lerma was en later kardinaal. Vanaf 1608 wordt de oom (vaderkant) van de hertog Grote Inquisiteur. De optie van de deportaties die door de aanhangers van de hertog van Lerma ondersteund werd, heeft haar economische argument: de verloren revenuen worden gecompenseerd door de opbrengsten van de in beslag genomen eigendommen van de Moors (in Berlijn en Vichy praten ze over de “Arisering” van de joodse eigendommen)

Op 22 september 1609 tekent hij een decreet waardoor hij de geboorte van de eerste racistische staat in de geschiedenis aankondigt. Voortaan maf geen enkel lid van de “Moorse natie” verblijven op gebieden die onder het gezag van de Spaanse autoriteiten vallen, anders staat de doodstraf er tegenover.

De grote ideoloog van de racistische staat is een dominicaan uit Vallencie. Hij heet Fray Jaime Bleda: hij is de auteur van een boek waarin hij zijn theorieën toelicht en waarin hij de eliminatie van de Moors als een “urgente noodzaak” schetst. Het boek was te dik voor de koning, daarom moest Fray Luis Beltran, een vriend van Bleda, een samenvatting opstellen.

Dit document dat het nr. 40 draagt in de Collectie Holland, bevat de koninklijke beslissing. De hertog van Lerma wint: 500.000 personen – mannen, vrouwen en kinderen- worden gedeporteerd, met een “verlies” van minstens 75%. Alle eigendommen van deze ongelukkigen zullen de hertog van Lerma en zijn aanhangers verrijken. Hij bezit voortaan een fortuin dat hoger is dan de reserves van de schatkist, die eigenlijk ook van hem is.

In deze tijd had Spanje, die de militaire en politieke hegemonie in Europa hield, acht miljoen bewoners, hetgeen de analyse permitteert van één van haar posterieure ruïne en decadentie. In veel gebieden was de landbouw verlaten en viel in braak. Op de arbeidsmarkt verdwenen de vitale sectoren: het transport, de bouwsector, veehouderij, irrigatie-industrie, – want het waren de Moors die actief op dat gebied waren. Hiernaast waren er ook nog de inflatie van de zestiende eeuw, de epidemieën, het corrupte bestuur, de slordigheid en de roofzucht van de hertog van Lerma, evenals de aanhoudende oorlogen… , deze situatie laat Spanje zakken in de meeste sombere periode van haar geschiedenis.

Sinds het tekenen van de Schengen-akkoorden is het hedendaagse Spanje de politieagent in zuid-oost Europa. Haar gendarmerie surveilleert de kusten van Andaluzie om de economische immigratie van de Maghrebijnen tegen te houden. Zoals de verfoeilijke kapiteins de Moors richting Oran vervoerden, over zee om tijd en geld te winnen, vervoeren de hedendaagse kapiteins vaak immigranten tussen de Rif en Andalusie, soms ver weg van de kust waar deze immigranten

verdrinken. Degenen die de mazzel hebben om de kust te bereiken, worden er meteen weer uitgezet.

Het racisme tegen de zigeuners (Gitan), de laatste minderheid die de andersheid manifesteert, wordt steeds gewelddadiger. Maar Spanje is niet de enige verantwoordelijke voor deze situatie. De regels m.b.t. de “etnische zuivering” die door de Serbe en Croate nationalisten tussen 1992 en 1995 zijn genomen tegen de moslims van Bosnië, doen ons denken dat de racistische staat niet tot het verleden hoort.

Door: Rodrigo De Zayas

Manière voir, september 2004.

Bron: http://mustafa-aarab.net/2010/05/de-spaanse-moors-een-antecedent/#more-760

Facebook

Twitter