Pages Menu
TwitterRssFacebook
Categories Menu

Posted by on Feb 19, 2010 in Romans | 0 comments

Behind The Courtyard Door

Ursula Kingsmill Hart beschouwt Marokko als thuis sinds zij daar, als jong meisje, met haar ouders in 1930 ging wonen . Maar het was niet tot aan haar huwelijk met de antropoloog David Montgomery Hart dat zij de kans kreeg om naar de verre en afgelegen delen van haar geliefd land te reizen – het Atlasgebergte, de Sahara en het Rif. Over dit laatste gebied gaat dit autobiografische werk van haar. In 1959 reisde ze samen met haar man naar het Rif. Hij verrichtte daar antropologische veldwerk en zij hielp hem daar bij (aangezien ze i.t.t. haar man volledige toegang had tot de wereld van de Riffijnse vrouwen). Het was toen dat zij bij een familie van de stam van Aith Waryaghar kwam te leven, en een de zeldzame kans kreeg om het dagelijkse leven van hun vrouwen en kinderen waar te nemen. Haar nieuwe vrienden waren in het begin verlegen en terughoudend, maar geleidelijk aan deelden zij met haar hun vertrouwelijke gevoelens over huwelijk en scheiding, bevalling, ziekte en dood, onderwijs, werk, bijgeloof en feesten. In dit kleurrijke en medelevende gedenkschrift verhaalt ze hun verhalen.

Dit is dan ook een uniek werk geworden. Er is nauwelijks geschreven over het leven in het Rif begin jaren zestig, althans niet in roman vorm en zeker niet over de Riffijnse Amazigh vrouwen. Dit boek geeft dan ook een prachtige kijk op hoe de vrouwen toen leefden, over wat hun bezig hield en hun gevoelens en angsten. Inclusief 40 prachtige foto’s uit die tijd en een zelfgetekende kaart van het gebied.

Maar hoe moeilijk en hard het leven toen ook was ze was zij en haar man waren verknocht geraakt aan het gebied. Groot was hun schok dan ook toen ze in maart 1987 terugkeerden, na 22 jaar. Van hun geliefde Rif was niet veel meer over: migratie, armoede en de verbouwing van Kif (drugs) hadden het dagelijks leven verwoest. En de familie waarbij ze geleefd hadden had de nodige rampspoed gekend.

Ze eindigd haar boek dan ook met de zin: “In our older years, we prefer to remember “our Rif” as it was during the wonderful days of fieldwork.” En dankzij dit prachtige boek kunnen wij dit ook!

Fragment:

So I must have fallen asleep sitting up, and I awoke with a start to an urgent whisper:

“Munat, Munat! It’s time.” Rwazna’s dimpled face was close to mine: the henna ceremony! Everything rushed back into focus, and I jumped up and followed her into her mother’s room. It was lit by a single candle and the corners were dark and cavernous, while a charcoal brazier glowed red in the center of the room. As my eyes became accus­tomed to the flickering light, I discerned Muhand’s sisters, the elderly relatives-in-law and Khadduj crouched on a mattress near the wall. Rwazna and I crept across the room and sat on the end of the same mattress.

I was aware of chanting, and the gentle notes flowed over me while I looked at Arqiya. She sat on a chair with her eyes closed, looking very thin and frail in her simple cotton shift. Her bridesmaids, similarly dressed, sat at her feet in a circle. It was they who were singing, and Arqiya’s very special friend, Mimuna, was gently stroking her hand.

Arhimu, Mut and two other very old ladies whom I had not seen before squatted round the brazier. Just beyond them, on a small mattress, lay Muhand’s old, old grandmother. She was propped up by cushions but appeared to be asleep. The flush of the embers brought into relief those lined and wrinkled faces, protruding chins and sunken lips. Silently, and in turn, counter-clockwise, they stirred the henna mixture in an earthenware bowl. After a time, when the charcoal had died down, Mut balanced the bowl on the brazier and beckoned me over; I was hesitant, not wanting to intrude.

“Go on, it’s all right,” encouraged Rwazna, giving me a shove. The old ladies stopped stirring as I joined them and I would have preferred to remain a hidden and anonymous participant in a dark corner. However, Arhimu smiled and the two unknown women nodded and patted my hand as I crouched beside them. Arhimu, holding a long-handled wooden ladle, lifted two shelled hard-boiled eggs out of the henna, showed them to me and then plopped them back again. Bubbles broke on the surface of the mixture, releasing an aromatic scent of cloves and cinnamon. The eggs symbolized virility and fertility for the young couple.

Mimuna, the chief bridesmaid, slid over to the brazier and took the bowl of henna, placing it within the circle of the other maids of honor. The old women round the charcoal burner and those seated on the mattress now took up the refrain, while the bridesmaids cried and wailed as did Arqiya, louder than anyone, to indicate her sorrow at leaving home. Whatever one’s true feelings, this preliminary and outward show of grief is de rigueur from the departing daughter of the house.

Bron: Tawiza.nl

Beschikbaarheid

  • Universiteitsbibliotheek Utrecht, Utrecht (te leen)

Facebook

Twitter