Pages Menu
TwitterRssFacebook
Categories Menu

Posted by on Jun 19, 2011 in Columns | 0 comments

“Het land staat in brand!”

`De vijand zit Nederland`, kopt Binnenlandse Bestuur in maart vorig jaar boven een interview met burgemeester Albert van den Bosch van Zaltbommel. De VVDér had het aan de stok met Marokkaanse probleemjongeren in zijn gemeente en voelde zich in die strijd alleen staan`ik verwijt het kabinet en de landelijke politiek dat ze niets doen aan deze interne- veiligheidscrisis. Ik erger me rot hoe er nu al maanden wordt gepraat over Irak en Afghanistan, terwijl er aan een veel groter probleem niets wordt gedaan`. En `wie is onze vijand= Hebben we een dure luchtmacht nodig voor vage oorlogen in verre landen, of is de vijand intern en bevindt zich in Nederland? Laten we de straat in Nederland terugveroveren!”

Van den Bosch bleek een trendsetter binnen zijn partij. Mark Rutteheeft zijn retoriek inmiddels overgenomen. Hij kondigde bij zijn aantreden als premier aan dat het land zou terugveroveren op hufters. Na de Statenverkiezingen beloofde Rutte het land terug teven aan de hardwerkende Nederlanders . Althans, de smeulende resten van het land. Want het “het land staat in brand!”. Had Laetitia Griffith al in 2008 vastgesteld tijdens een Kamerdebat naar aanleiding van de mishandeling van een buschauffeur in Gouda.

Het zal sommige lezers misschien ontgaan zijn, maar kennelijk is ons brandende vaderland de afgelopen jaren door hufters ontstolen aan de hardwerkende Nederlander. Die Nederlander is bang. En als hij nog niet bang is, dan wordt hij wel bang gemaakt.

Wij zijn rijker en gezonder dan ooit, en en Nederland is nog nooit zo veilig geweest. Nog niet eerder in de geschiedenis zijn er zoveel mensen zo gezond zo oud geworden als nu. . En toch is Nederland, net als grote delen van de westerse wereld, in greep van angst, paranoia en wantrouwen: van burgers onderling, maar ook van burgers tegen het gezag. Journalisten en politici zijn geobsedeerd door criminaliteit en veiligheid. Complottheorieën over moslims en linkse rechters krijgen ook in de serieuze media aandacht.

PRIMITIEVE EMOTIES

Enquête na enquête toont het aan: verreweg de meeste Nederlanders vinden dat het met hen persoonlijk heel goed gaat, maar ze maken zich grote zorgen over de rest van de wereld. Die paradox laat zich niet makkelijk rationeel verklaren. Het probleem is dat angst de sterkste emotie is die we kennen. We denken van onszelf dat we rationele wezen zijn, maar psychologisch onderzoek heeft overtuigend bewezen dat primitieve en onbewuste emoties bij beslissingen vaak een grotere rol spelen dan de rede. Daarbij zijn wij geneigd om meer aandacht te hebben voor het negatieve dan voor het positieve.

Het is resultaat van een paar miljoen jaar evolutie, waarbij het loonde om bang te zijn voor leeuwen, open vlaktes en vreemdelingen met knuppels en stenen. Al te zorgloze mensapen werden opgegeten voordat ze zich konden voortplanten.

In de eenentwintigste eeuw kan het nog steeds heel rationeel zijn om bang te zijn, bijvoorbeeld voor straatrovers, terroristen of smeltende kernreactoren. Het vervelende is dat angst ons gedrag óók sterk bepaalt als er geen slechts een kleine kans is op gevaar.

Angst speelt altijd een rol in ons leven- en dus in de politiek -, maar de mate waarin samenlevingen zich op sleeptouw laten nemen door vrees en paranoia vertoont door de geschiedenis heen een golfbeweging.

Omdat angst zo’n krachtige emotie is, proberen staatslieden paniek te dempen door stoïcijns hun kalmte te bewaren. Een klassiek voorbeeld daarvan is Franklin Roosvelt , die het Amerikaanse volk met zijn geruststellende fireside chats door een depressie  en een wereldoorlog heen pratte:  The only thing we have te fear is fear itself”.

Minder wijze politici stoken de angst op en gebruiken die om vergaande bevoegdheden naar zich toe te trekken. Dat is wat er na 11 september overal in de westerse wereld is gebeurd. In de Verenigde Staten was Donald Rumsveld er een meester in. Hij introduceerde de fameuze unknown unknowns: bedreiging die zo geheimzinnig en eng zijn dat we niet eens weten dat we niet weten dat ze ons bedreigen.

In Nederland is het vooral Geert Wilders die de angst voor de grote, boze buitenwereld (ialm, globalisering, buitenlanders, staatssecretarissen met Zweedse paspoorten) aanwakkert. Zijn gedachtegoed (“Mohamed leed aan een organische hallucinatorische aandoening met paranoïde kenmerken”) is al zo vaak in de publiciteit geweest (en weerlegd) dat het algemeen bekend verondersteld mag worden.

MEXICAANSE GRIEP

Het is op deze plek daarom interessanter om aandacht te besteden aan de cultuur van angst binnen Wilders moederpartij, de VVD. Die partij zetelt immers in het hart van de macht. De afgelopen jaren heeft de VVD zich erop toegelegd om paniek te zaaien of paniek te vergroten, zoals de citaten uit het begin van dit artikel al laten zien.

In maart 2009 werd met veel fanfare en veronderstelde terreuraanslag op IKEA voorkomen. Fred Teven, toen Kamerlid, was er als de kippen bij om te roepen dat de nieuwe terreurwetgeving dus werkte. Ook vroeg hij zich meteen hardop af waarom de Nationale Coördinatie Terrorismebestrijding de terreurdreiging niet verhoogd had (Misschien omdat de aanslag op de Ikea een hoax was?)

Ivo Opstelten kwam als minister van Veiligheid bij zijn bezoek aan Moerdijk in januari dit jaar de bus niet uit, waarmee hij omwonenden te onrecht het idee gaf dat heel gevaarlijk was om de buitenlucht in te ademen. Hij noemde de brand ook gretig een “ramp”, terwijl het helemaal geen ramp was: iets is pas een ramp als er veel doden vallen.

Maar de onbetwiste Nederlandse kampioen paniekzaaier in Uti Rosenthal. In 2009, toen hij nog voorzitter was van het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement, gaf hij een lezing over “megacrises in de twintigste eeuw”. Dat zijn niet zomaar crises, maar crises die uit “onbekende grootheden”bestaan- daar zijn de “unknow unknows”weer.

Voorbeelden van die megacrises zijn volgens Rosenthal de Mexicaanse griep, conflicten in de derde wereld, mogelijke aanslagen op de Olympische Spelen en economische crises die ernstiger zijn “dan iemand ooit voor mogelijk had gehouden”.

Rosenthal beweertt dus serieus dat de Mexicaanse griep erger is dan de Spaanse griep die na de Eerste Wereldoorlog aan zo ‘n 20 miljoen mensen het leven kostte. Het ontgaat de rampenprofessor kennelijk dat de mensheid toen machtloos stond en dat er nu virusremmers zijn. Hezelfde geldt voor de andere”onbekende megacrises”: de mensheid heeft het allemaal al een keer keer meegemaakt (vaak erger dan nu), en het overleefd.

Na de standrellen in Hoev van Holland adviseerde Tosenthal aan Rotterdam dat de politie vooraf een risicoanalyse en een draaiboek moets opstellen bij alle 170 grote evenementen die er jaarlijks georganiseerd worden. Geen buurtbarbecue zonder risicoanalyse. Politicoloog Rinus van Schendelen wees er direct op dat als de politie zich echt aan alle aanbevelingen van Rosenthal zou houden, ze na zo’n driehonderd evenementen door haar jaarcapaciteit heen zou zijn.

NAGELSCHAARTJES

Het is goed om wat langer stil te staan bij Rosenthals gedachtegoed, aangezien hij in het hart van de macht zit. Zijn manier van denken is symptomatisch voor de houding van de overheid van nu: angstig, overal risico’s zien, op ieder incident reageren met harde en overtrokken maatregelen.

Toen de Rotterdamse acteur Jack Wouterse het ontslag aan de stok kreeg met twee stadswachten over een hondenrol, reageerden lokale en landelijke politici direct. Volgens Ronald Sørensen (Leefbaar Rotterdam, binnenkort senator voor PVV) moest Wouterse de cel in. PvdA’er Peter van Heemst was iets milder: Wouterse moest een taakstraf krijgen.

Iemand die een waxinelichtjeshouder naar de Gouden Koets gooit, wordt meer dan een halfjaar vastgehouden en krijgt mogelijk tbs. Op vliegvelden worden nagelschaartjes en flesjes water met veel machtsvertoon afgepakt. Zinlos, want flessen sterkedrank mogen wel aan boord, terwijl dat kant-en-klaare brandbommen zijn . Kapotgeslagen zijn ze en veel gevaarlijker steekwapen dan een nagelknipje. Alle terrorisme-experts weten  dat het onzin is, en toch gaan we door met dit paranoïde toneelstukje>

Het kabinet wil meer onschuldige burgers op straat preventief gaan fouilleren. Het voorlopig hoogtepunt van dit soort ideeën staat overigens op naam van de PvdA’er  Eberhard van der Laan. De Amsterdamse burgemeester wees in 2010 een keurige straat in Amsterdam-West aan als veiligheidsrisicogebied. In die straat woont ook een oud-collega van Van der Laan uit het vorige kabinet, partijgenoot Jet Bussemaker. Als de oud-staatssecretaris straks de voortuin van haar herenhuis uit fietst, kan ze dus gefouilleerd worden in het kader van de strijd tegen de roofovervallen.

HIPPIE-BOMEN-KNUFFELAARS

Wie dit tien jaar geleden voorspeld had, zou voor gek verklaard zijn. Wie ni- voorzichtig- suggereert dat dit er ver gaat en dat de politie misschien beter boeven kan gaan vangen in plaats van eerzame burgers lastig te vallen, wordt vermannen toegesproken : het fouilleren is nodig om de gevoelens van onveiligheid bij de bevolking weg te nemen.

Het probleem is alleen dat het zo niet werkt. Angst is een zichzelf versterkende emotie. De opeenstapeling  van stoere taal en dito maatregelen versterkt alleen maar het gevoel bij de burger dat het kennelijk heel erg mis is. Hangjongeren veranderen in staattuig en straattuig ion straatterroristen. Milieuwetenschappers blijken ineens milieuterroristen. Wie er anders over denkt is soft, links of erger nog: politiek-correct. .

Als reactie op het “pc-denken”hebben veel Nederlanders zich een levenshouding aangemeten die oud-redacteur Jan Smit van HP/De Tijd ooit heeft omschreven als “dogmatisch politiek-correct”.  Het is exacte spiegelbeeld van politiek-correct denken en consequent volgehouden levert vaak bizarre resultaten op.

De weerstand tegen de milieubewging bij sommige mensen bijvoorbeeld zo diep dat ze helemaal doorslaan naar de andere kant. Zo beweerde de Amerikaanse publiciste Ann Coulter na de nucleaire ramp in Japan dat straling goed is voor mensen. In Nederland roept journalist Theo Richel al jaren hetzelfde. Toen wetenschappers er eind maart op wezen dat er in Limburg een aardbeving kan plaats vinden was de teneur bij de reaguurders op www.Powned.tv dat het wel weer een onderzoek zou zijn van de “anti-nucleaire-hippie-mongolide-bomenknuffelaars”.

In de Verenigde Staten staat het verschijnsel bekend als fact free politics. Feiten spelen daarin geen enkele rol meer of worden zo verwrongen dat ze in de complottheorie passen. Complotten worden altijd groter, nooit kleiner. Uiteindelijk richt paranoia zich tegen iedereen, ook tegen ogenschijnlijke bondgenoten.

WILDERS PESTEN

“Links Nederland zal zich verkneukelen. De anti-PVV-wet, die politieke partijen dwingt openheid van zaken te geven wat betreft financiering, komt er”, zo begon eind maart een vlammend commentaar op De dagelijkse standaard, een populair weblog voor en door bewonderaas van Wilders.

Aanleiding was het besluit van de Tweede Kamer dat partijen giften van boven de 1000 euro  openbaar moeten maken. Allen de PVV stemde tegen, omdat Wilders zijn financiers geheim wil houden.  De dagelijkse standaard zag een klein lichtpuntje. Als linkse partijen giften zouden ontvangen uit de islamitische wereld , dan zouden die óók openbaar worden: “Het zal niet de eerste keer zijn dat een wet, ontworden om één partij te beschadigen, een boemerangeffect heeft”.

De wet was dus een complot van de linkse kerk. En dat terwijl het wetvoorstel toch echt van het kabinet-Rutte kwam. De verantwoordelijke minister Piet Heinj Donner van Binnenlandse Zaken. Het vergt een ruimte fantasie om Donner van een linkse agenda beschuldigen.

Het Binnenhof praat zelfs al een jaar of twintig over deze wet. Een van de aanleidingen was dat het Brabanntse CDA eind jaren tachtig stiekem een gift van 80 mille had geaccepteerd van de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond. Met Wilders pesten heeft niets te maken.

Die zat in de jaren negentig , toen de wet aan zijn lange mars door de instanties begon, nog gewoon voor de VVD in de Utrechtse gemeenteraad. Daar pleitte Wilders destijds voor hogere subsidies voor kunst en cultuur, een eiste hij dat het “multiculturele aspect”van de lokale omroepen gewaarborgd zouden worden. Dat was toen nog heel gewoon, bij de VVD.

TERUG NAAR 20011.HET COMMENTAAR VAN DE DAGELIJKSE STANDAARD toont de paranoia die we ook zagen bij de onthullingen over de misdragingen van de PVVérs Eric Lucassen, James Sharpe, Richard de Mos, Hero Brinkman, en Marcial Hernandez. Zelfs GeenStijl en Powned kregen het verwijt onderdeel te zijn van een links media-complot.

Uiteraard bestaat een dergelijk complot niet. Politici worden in een goed functionerende democratie nu eenmaal scherp in de gaten gehouden en indien nodig hard aangepakt. Er zijn ook heel wat linkse politici gesloopt door de media: Harry van de Bergh, Bram Peper, Rob Oudkerk, Tara Singh Varma, Harry Borghuis, Wijnand Duijvendak, Paul Depla, Ali Lazrak, Roel in ’t Veld, Ad Melkert, Eveline Herkens en Evan Rozenblad.

Evan wie? Rozenblad trok zich in 1994 terug als Kamerlid voor de PVDA toen Trouw onthulde dat hij zijn cv had opgepoetst. Zo beweerde  Rozenblad directrice te zijn van de Universiteit van Paramaribo. PVV-Kamerlid Richard de Mos is op min of meer dezelfde leugen betrapt – hij beweerde schooldirecteur geweest te zijn-, maar bleef gewoon zitten.

GEZOND WANTROUWEN

Democratie is gebaseerd op een zekere mate van gezond wantrouwen tegen machthebbers. Daarom gaan we iedere vier jaar naar de stembus: de geschiedenis leert dat politici niet te lang aan de macht moeten blijven. Als ze betrapt worden op een leugen, hebben ze ons vertrouwen geschonden en moeten ze opstappen. We weten dat politici niet uit zichzelf vertellen door welke be4drijven en belangengroepen ze zich laten fêteren.

Er ontstaan pas problemen wanneer gezond wantrouwen omslaat in paranoia. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer de feitelijke juiste constatering dat sommige politici leugenaars zijn omslaat in de overtuiging “dat dat hele zootje in Den Haag niet deugt”. Of als de constatering dat “sommige burgers crimineel zijn en in de gaten gehouden moeten worden” veranderd  in “alle burgers moeten in de gaten gehouden worden”.

Het omslagpunt tussen gezond wantrouwen en paranoia is niet objectief te bepalen. Toch zijn er wel een paar vuistregels te geven. De paranoïcus gaat uit van het slechte in de mens en wantrouwt dus iedereen. De nuchterder ingesteld medemens gaat uit van goede bedoelingen, maar weet dat hij teleurgesteld kan worden. De paranoïcus is in feiten geïnteresseerd, maar in complotten.

Nuchter vasthouden aan de feiten is het beste wapen tegen angst. Paranoia gaat in golfbewegingen heen en wee, en de geschiedenis laat zien dat het gezonde vertand altrijd weer terugkeert. Joseph McCarthy leek tijdens de jacht op de communisten en tijdje oppermachtig, totdat zijn paranoia zich ook richtte op mensen als Dwigth Eisenhower.

Toen kon de klein, maar moedig groepje tegenstanders aantonen dat de keizer geen kleren aanhad. Wie zich neerlegt bij paranoia heeft zich laten verslaan door zijn eigen vijand: angst.

Door Bart de koning

Facebook

Twitter