Pages Menu
TwitterRssFacebook
Categories Menu

Posted by on Sep 15, 2010 in Columns | 0 comments

Cadi Kaddour

In het studiejaar 1986 moest ik aan de universiteit van Fes (Marokko) een scriptie voor het afstuderen schrijven. Het onderwerp dat ik voor de scriptie heb gekozen vond ik in het boek Archeologie du Savoir van de Franse postmodernist Michel Foucault. Ik was toen zeer gefascineerd door de theorieën van deze filosoof die in Marokko nog minder bekend was. Het begrip formation discurive vormt in dat boek het centrum waar de rest om heen draait. Foucault analyseert de interne structuur waarop het discour zich articuleert om een zelfstandig bestaan te lijden .

Ik heb het onderwerp van de scriptie aan een van de leraren voorgesteld en hij keurde het goed. Achteraf is gebleken dat ik een slechte keus heb gemaakt en dat de leraar die mij zou begeleiden de theorieën van Foucault niet kende. Mijn drama ging op een gegeven moment groeien, ik kon niet meer slapen en als ik sliep dan droomde van die kale filosoof: ik wilde alleen weten waar hij het over heeft. Op een dag adviseerde een vriend mij om contact met de heer Qadi Kaddour op te nemen, hij doceerde taalkunde aan dezelfde universiteit. Qadi zou volgens mijn vriend aardig en gedienstig zijn, hetgeen zeer zeldzaam was bij de Marokkaanse hoogleraren. Ik aarzelde in het begin om hulp van Qadi te vragen, maar uiteindelijk kreeg ik het lef om het toch te doen. Op de derde etage van het oude gebouw van de faculteit der letteren ging ik op Qadi wachten. Hij kwam en ik sprak hem. Hij was inderdaad aimabel en bescheidener dan ik dacht. Ik was onder de indruk van de man, maar ik wist niet dat ik ooit met hem bevriend zou raken. Het ging mij toen alleen om de betekenis van het begrip enoncé en wat Foucault daarmee bedoelt. Qadi gaf mij een korte uitleg en hij liep weg. Vervolgens kreeg ik het gevoel om meer over deze man te weten. Ik wist daarna dat hij een van de briljante taalkundigen, een van de dragers van de zaak Berberse cultuur en een van de actieve mensen in Nador. In deze stad waar hij afkomstig van was richtte hij, samen met anderen, de vereniging Al Intilaka Athakafia (Culturele Start). De vereniging is later een pionier in de regio geworden.

Precies tien jaar na mijn kennismaking met Qadi in Fes, kwam ik hem in Nederland tegen. Hij was nog steeds hoogleraar aan dezelfde universiteit en ik was toen werkzaam bij de NPS ( minderhedenafdeling). Hier in Nederland hebben we elkaar beter leren kennen. In hem ontdekte een charmante man met een grote geest en hart. Ik heb hem voor de NPS geïnterviewd, niet in zijn hoedanigheid als taalkundige, maar als een intellectueel met maatschappelijke engagementen.

Let op het volgende:

Ergens in Amsterdam-West vertelde ik Qadi over de leider van de Riffijnse opstand van 1958, Mohamed Sellam Amezian. Het was ergens in 1995. Amezian was in Nederland om opgenomen te worden. Voor de opname organiseerde ik voor hem een ontmoeting met prominente Marokkanen van Nederland, het was in het restaurant Marakech te Amsterdam. Ik vertelde Qadi over deze man. Hij vond het jammer dat hij de bijeenkomst niet heeft bijgewoond. Hij wilde Sellam Amezian leren kennen. Let op: beide mannen stierven in hetzelfde jaar en in dezelfde maand. Op 9 september stierf Amezian in Utrecht en op 15 september stierf Qadi in Marokko naar aanleiding van een auto-ongeluk.

Facebook

Twitter