Pages Menu
TwitterRssFacebook
Categories Menu

Posted by on Jan 24, 2011 in Columns | 0 comments

A Dios Abraham

De antikolonialistische Marokkaanse militant Abraham Serfaty heeft op 18 november 2010 het leven gelaten. Serfaty was een bijzondere oppositiefiguur en zijn parcours weerspiegelt de geschiedenis van een hele generatie. In 1926 werd hij in een joodse familie te Tanger geboren. Tussen 1945 en 1949 was hij actief binnen de Communistische Partij. Destijds was hij een meetkundestudent aan de Mines de Paris en hield zich bezig met de strijd voor de onafhankelijkheid van zijn land. Hij nam toen deel aan de oprichting van nieuwe organisaties en instituties. Eerst was hij actief in de communistische beweging in Marokko, maar in 1970 brak hij af met deze partij en creëerde de beweging Ilal Amam. In 1972 werd hij voor het eerst aangehouden, waarna hij onderdook in de clandestiniteit, totdat hij opnieuw  in 1974 werd gearresteerd. Meer dan 15 jaar  heeft hij achter de tralies gezeten, met name in Kenitra, waar hij lang werd gemarteld. Serfaty is een van de meeste beroemde Marokkaanse gedetineerden geworden, in 1991 werd hij uiteindelijk vrijgelaten. Later is hem zijn nationaliteit afgenomen en werd hij verbannen naar Brazilië. Hij mocht pas in 1999, met de komst van de huidige koning, terugkeren naar Marokko.
Anti-imperialistische militant, antizionistische jood, pro-Saharaanse zelfbeschikking, Serfaty is altijd, gesteund door zijn vrouw Christine Daure die hem tijdens zijn clandestiniteit opving, trouw gebleven aan zijn politieke overtuigingen.

Als repliek op een opiniestuk van Dris Basri, voormalige minister van Binnenlandse Zaken onder Hassan II, schreef Serfaty een tekst (10 augustus, 2004) met de titel “De erfenis van Hassan II”:

“Ik zou de lezer van deze passage willen vragen om mij de hiernavolgende verontwaardiging  te vergeten. Maar kan ik mijn kameraden Abdellatif Zeroual en Amine Tahani dan vergeten? Die allemaal zijn bezweken aan de martelingen? Kan ik Saida Menebhi dan vergeten, die overleden is tijdens haar hongerstaking? Kan ik al deze moeders vergeten, waaronder de mijne die in 1982 is overleden, die voor het leven van hun zoons en dochters moesten strijden?  Kan ik de 33 doden in de kerkers van Tazmamart vergeten, voordat de poorten van dit detentiekamp, dankzij de strijd  van Christine Daure, voor de resterende 28 overlevenden geopend werden?

We mogen niet vergeten dat het bewind van Hassan II gekenmerkt is door massamoorden. Eerst op 23 maart 1965 tegen de opstandige jeugd in Casablanca, daarna in juni 1981 tegen de gehele bevolking van de arme wijken van Casablanca, ook in opstand, en vervolgens in januari 1984 tegen de bevolking van Marrakech en alle mensen van de Rif, van Nador tot Ksar el Kebir, en Al Huceima niet te vergeten. Het hele volk van de Rif kwam in opstand. Mensen van de Rif  werden toen door koning Hassan “oubash” (ellendelingen) genoemd “.

Le Monde Diplomatique, november 2010.

Facebook

Twitter