Auteur Topic: Hoe onschuldige activisten werden veroordeeld door het gerechtshof van Meknes?!  (gelezen 1633 keer)

« Gepost op: 21/04/2012 om 12:25:07 »
Vertaald vanuit het Frans door Dhr. Rani Kaddouri

Het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat de beslissingen van de rechtbank genomen dient te worden op basis van keihard bewijsmateriaal dat tijdens de hoorzitting wordt gepresenteerd. Het is duidelijk niet het geval in de zaak van de Amazigh activisten in Meknes. Sterker nog, het gerechtshof van Meknes veroordeelde ons (Mustapha OSSAYA en Hamid Ouadouch) op  25 november 2009 tot zware straffen op basis van elementen die geen rechtsgrond hebben.  Ondanks het feit dat het bewijs, dat voor het hof is gepresenteerd, in strijd was met processen-verbaal van de gerechtelijke politie. Te meer daadwerkelijk is aangetoond, dat de feiten door de politie zijn gefabriceerd en uit het niets verzonnen zijn, vaak tegenstrijdig en een hoog mate van  fantasie bevatten. Dit bewijst dat deze feiten niet het werk zijn van de gedetineerden. Het lijkt dan ook noodzakelijk om deze feiten te analyseren en  aan te tonen dat ze vals zijn.
   

In de gerechtelijke uitspraak op pagina 6 staat: "na het horen van de verdachte, Mustapha OUSSAYA,
op de preliminaire zitting, gaf hij de beschuldigingen toe en verklaarde dat hij de leider is van de Amazigh Culturele Beweging vanwege zijn relatie met enkele van zijn vrienden uit de streek van Errachidia die Amazigh dialect spreken... ".
Als ik de auteur van dit citaat was, had ik nooit gezegd dat ik de leider ben van de Amazigh Culturele Beweging. Immers deze beweging kent geen leider. Het is niet hiërarchisch. Alle militanten zijn op gelijke voet. Daarnaast is het eerste wat we bij de Amazigh Culturele Beweging leren, is dat Tamazight een taal is als alle andere talen, en dat het geen dialect is. Met andere woorden, als ik de echte auteur was van het genoemde citaat zou ik dan zeggen: "Ze spreken Tamazight" in plaats van "ze spreken een Amazigh dialect."

Uit datzelfde document op pagina 7: "Tijdens de gebeurtenissen bij de universiteit van Errachidia werd een student van Nahj gedood. Dit incident zorgde ervoor dat de  studenten van Nahj om wraak riepen ter ere van hun kameraad. Als gevolg van een botsing die op 10 mei 2007 aan de Faculteit der Meknes plaatsvond... "
Dit citaat geeft aan in welke mate het proces vals  is. Waarom?
Gewoon omdat ik aangevallen werd op 10 mei 2007 vóór de gebeurtenissen bij de universiteits-stad Errachidia plaatsvonden.

Op pagina 5 staat: "Op indicatie van Mustapha Zamzami ging de politie naar de woning nr. 73 in de wijk Zitoun."


Terwijl Mustapha Zamzami voor de rechtbank verklaarde dat hij op de plaatsdelict werd aangehouden. Op last van de politie, na het laten zien van de foto van Mustafa OUSSAYA, heeft de heer Zamzami inderdaad ons verblijf aangewezen. Met andere woorden, De heer Zamzami heeft niet aangewezen waar ons huis is, niet omdat we de daders zijn, maar gewoon omdat hij alleen het huis van de activisten van de Amazigh Culturele Beweging kent. Vandaaruit is het duidelijk dat de politie er alles aan deed om de activisten van de Amazigh zaak in de gevangenis te krijgen op basis beschuldiging die we nooit hebben begaan. Het doel is de neutralisatie van de vrije en kritische stem die de Amazigh Culturele Beweging heeft. De volgende in beslag genomen goederen in de woning nr. 73 in de wijk Zitoun, verraden de intenties van de gerechtelijke politie:


- Een aantal communiqués die toebehoren tot het archief  van de Beweging.
- Veel boeken en cd-rom’s die behoren tot de Amazigh Culturele Beweging.
- Twee computers. We vragen ons wederom af, als de politie echt op zoek was naar de daders van deze criminele acte: waarom hebben ze dan boeken, computers en archief in beslag genomen?!


Merk daarbij ook op dat de gerechtelijke politie, ondanks dat ze niet volledig was bij het rapporteren van de in beslag genomen goederen in haar proces-verbaal, heeft toch niet ontkent.

Op pagina 6 van het eerder genoemde document, verwees de politie naar het volgende:

"provocerende communiqués geschreven door de Amazigh Beweging werden in beslag genomen en een computer van merk DELL..."
 
Benadrukt moet worden dat de gerechtelijke politie deze “provocerende” communiqués niet heeft gekwalificeerd. Met andere woorden tegen wie en waarom deze communiqués provocerend zijn, is niet duidelijk gemaakt.


Bovendien moet worden opgemerkt dat de gerechtelijke politie verstrikt was geraakt in een aantal tegenstrijdigheden toen ze de ter laste legging werd opgesteld door een aantal onbestaande verdachten hierin op te nemen. Op bladzijde 7 van datzelfde document staat: "Ze verdeelden zich in twee groepen onder leiding van ondermeer Ouadouch Hamid, Mohamed Ali en Akchour Nouari ..." Ook staat erin: "Het slachtoffer verloor zijn evenwicht en werd besprongen door Hamid Ouadouch, Mustapha OUSSAYA Ali Akchour... ".

Hieruit, vragen wij ons af: Wie is Ali Akchour? Hoe werd hij vervolgd geweest? Als hij bestaat, waarom is er geen veroordeling tegen hem uitgesproken?

Het antwoord is eenvoudig, de gerechtelijk politie heeft alle dossiers naar haar smaak vervalst, tegen wie ze dat wil om de protestbewegingen MCA te neutraliseren.

Een nadere blik op de documenten in alle stadia van het onderzoek, zowel tijdens het proces voor de rechtbank als het gerechtshof, leert dat de rechters in hun uitspraken geen verwijzing hebben gemaakt naar een aantal verzonnen bewijzen in het proces-verbaal. Ook verwezen de rechters in hun uitspraken niet naar de verklaringen van de getuigen voor de onderzoeksrechter en voor de rechtbank, waar de gerechtelijke politie een aantal personen, Mohamed Kinani, Amina en haar man Ismael Sadki Ba Lhadj en Chrifa Saghir, heeft aangezet om tegen ons te getuigen. Dit met het doel haar verzonnen proces-verbaal te onderbouwen. Maar zij kwamen al snel op hun verklaringen terug, zowel voor de onderzoeksrechter als voor de rechtank. Sterker nog, zij bekenden dat de gerechtelijke politie hun aanzette tot het doen van deze belastende verklaringen. Ook heeft de uitspraak van de rechters met geen woord gerept over deze getuigen die hun belastende verklaringen hebben ingetrokken voor de onderzoeksrechter. In totaal gaat het over 12 getuigen die ons onschuld hebben benadrukt en dat wij op die bewuste ochtend van 22 mei 2007 ons woonadres niet hebben verlaten.

Onderstaande tabel (onderaan) is een samenvatting van alle gebeurtenissen in verschillende stadia van het proces.

Uit de bovenstaande tabel rijst de volgende fundamentele en logische vraag op: Heeft de gerechtelijke politie de middelen om bekentenissen van verdachten af te dwingen in tegenstelling tot de rechters? Of wat is er daaar aan de hand?
Het antwoord op deze vraag is heel eenvoudig. We zijn geestelijk en lichamelijk gemarteld en werden gedwongen om valse verklaringen te ondertekenen.  Deze hebben we niet eens van tevoren mogen lezen. Wij hebben dat verklaard voor de procureur-generaal, voor de rechter en tijdens de het proces. Bovendien heeft de onderzoeksrechter de sporen van geweld op ons lichaam met eigen ogen kunnen zien. Dit werd opgemerkt op 25 mei 2007, dat wil zeggen een paar minuten voor onze verschijning voor de rechter (zie het eerste ondertekende verslag van het onderzoek, toen opdracht werd gegeven ons aan te houden).

De getuige Amina Sadki, en dat is toppunt van absurditeit met uitzondering van de tegenstrijdigheden, is een recidiviste met een strafblad. Dat blijkt uit haar strafdossier in het bezit van onze advocaten. Bovendien vertelde ze openlijk dat ze altijd het proces-verbaal van de politie heeft ondersteund wanneer beroep op haar werd gedaan (zie hiervoor de notulen van de griffier tijdens de zitting van de rechtbank).

Bovendien moet worden benadrukt dat Amina Sadki, voor ze haar valse beschuldigen heeft verklaard, niet plaats heeft genomen in de zetel die gereserveerd is voor getuigen, maar ze zat in de plaats in de rechtszaal naast de openbare aanklager (zie notulen van de griffier van de rechtbank 16 oktober 2008).

Merk ook op dat ze had verklaard dat ze een speciale behandeling heeft gekregen van de gerechtelijke politie.  Zo heeft ze verklaard in het proces-verbaal dat ze genoten heeft van buitengewoon lekker en uitgebalaceerd maaltijd die de gerechtelijke politie haar heeft aangeboden in ruil voor haar valse getuigenis. Tijdens de zitting voor het hof van beroep schitterde zij met afwezigheid.

Wat de studenten van Nahj (vermeende tegenstander) betreft, zij verklaarden voor de rechtbank dat ze niets tegen de Amazigh Culturele Beweging hebben. Daarnaast werden ze ook blootgesteld aan marteling door de gerechtelijke politie. Om ze te dwingen verklaringen te ondertekenen die ze ook niet van tevoren hebben gelezen. Dit is duidelijk in tegenspraak van de woorden van de gerechtelijke politie op pagina 5 van het besluit, deze luiden als volgt: "Degenen die verantwoordelijk zijn voor wat er gebeurd zijn ontegensprekelijk studenten die behoren tot de Amazigh Culturele Beweging, gezien de respectabele ideologische strijd”.

Bovendien heeft wetenschappelijke expertise en de analyse van DNA de waarheid naar boven gehaald en ons in het gelijk gesteld. De expertise in kwestie geeft aan dat de kleding die in beslag is genomen in ons huis (nummer 73 Zeitoun) zijn van de heer Mustapha OUSSAYA, terwijl het DNA, gevonden op de bijl en de cap, is van het slachtoffer zelf. Ook zijn er geen vingerafdrukken van ons op de bijl gevonden, wat ons onschuldig bewijst. Daarnaast is de betreffende bijl niet bij ons ingevorderd. De gerechtelijke politie beweert daartegen dat de bijl, net als de cap,  gevonden zijn in de buurt van het slachtoffer, wat niet waar is.

Als het gaat om de pleidooi van de verdediging, benadrukt deze dat de politie niet over een huiszoekingsbevel beschikte toen de politie ons huis heeft bestormd en doorzocht. Daarbij is de huiseigenaar niet op de hoogte gebracht noch was hij aanwezig tijden deze actie. De verdediging heeft de rechtbank van onomstotelijke bewijzen voorzien die de vervalsingen in het proces-verbaal benadrukken, marteling van gevangenen en dat er absoluut geen sprake kan zijn van heterdaad. De verdediging benadrukte ook de afwezigheid van een bekentenis voor het gerecht en de afwezigheid van bewijzen die onze betrokkenheid aantonen. De verdediging verzocht de rechter het proces-verbaal niet ontvankelijk te verklaren als gevolg van tegenstrijdigheden en eiste vrijspraak.
Na beraadslaging veegde het gerechtshof al het bewijs hierboven van tafel en werden wij, de activisten Mustapha OUSSAYA en Hamid Ouadouch, scherp veroordeeld en zijn tegen ons staraffen uitgesproken van 10 jaar cel en een boete van 50.000 DH voor elk van ons. Hieruit blijkt heel duidelijk dat de rechter zich laten leiden door het proces-verbaal van de gerechtelijke politie, ondanks de duidelijke tegenstrijdigheden hierin. De rechtbank hanteerde de volgende uitgangspunten: "De verklaringen van de verdachten voor de gerechtelijke politie duiden op… ' en 'Het is voor de rechter bewezen zoals blijkt uit het proces-verbaal…". Hieruit blijkt heel duidelijk dat de rechtbank zijn overtuigingen baseerde op het proces-verbaal van de gerechtelijke politie dat niet anders is dan een versie van de eisende partij. Dit getuigt van de schending van de juridische procedures en het ontbreken van een eerlijk proces.

Bovendien herbeoordeelde het gerechtshof de feiten en zei dat deze aanval tot doodslag leidde. Dit lijkt ons in tegenspraak met het oordeel dat opgenomen is in de proces-verbaal van de gerechtelijke politie. Wij kunnen ons terecht afvragen op grond waarvan kwam het gerechtshof tot deze herbeoordeling? Met de wetenschap dat het hof haar herbeoordeling baseerde op het proces-verbaal van de gerechtelijke politie, terwijl de politie ons beschuldigde van moord met voorbedachte rade!

Het antwoord is heel eenvoudig: de rechter kwam tijdens de hoorzitting tot het oordeel dat we onschuldig zijn. De rechter zocht in dit geval naar een creatieve tussenoplossing door de aanklacht te wijzigen.
Op basis van het voorgaande en het bestuderen van de teksten van het Wetboek van Strafrecht, met name de hoofdstukken die betrekking hebben op de bewijslast opgenomen in het proces-verbaal, laat onomstotelijk zien dat wij niet door rechters zijn veroordeeld zoals normaliter gebruikelijk is, maar in feite door de gerechtelijke politie als opsteller van het proces-verbaal.

Dit laat pijnlijk zien dat in dit land de rechtspraak niet is gericht op het zoeken naar de waarheid. Maar deze in feite een speeltje blijkt te zijn die in dienst staat van de politieke macht.  Rechtvaardigheid en onafhankelijk zijn ver te zoeken. De veroordeling of vrijspraak zijn op deze manier opgesteld in politiebureaus en zijn nooit onderwerp geweest van de hoorzittingen.

Conclusie:

De beslissing om ons te veroordelen blijft een ongekende zwarte bladzijde in de gerechtelijke geschiedenis van dit land en een zwarte vlek op de voorhoofden van ieder die bijgedragen heeft aan deze veroordeling. Ondanks deze veroordeling van het gerechtshof in Meknes, pleiten wij onschuldig te zijn en wij zullen ons onschuld blijven pleiten volgens het beginsel: “de verdachten zijn onschuldig tot hun schuld wordt bewezen” daarentegen zijn wij veroordeeld zonder dat bewezen is dat we schuldig zijn.

Wij, activisten van de Amazigh Cultureel Beweging, veroordelen de beslissing van het hof en vinden deze één politieke beslissing die in de achterkamertjes van de politie zijn voorbereid. Het doel is afschrikking van de rest van de Amazigh activisten. Wij strijden voort  voor een volledig herstel van onze legitieme economische, culturele en sociale rechten.

Hamid Ouadouch      detentienummer: 35174

Mustapha OSSAYA    detentienummer: 35 173

De plaatselijke gevangenis van Sidi Said, Meknes

Vertaald vanuit het Frans door Dhr. Rani Kaddouri